Dorking krielen
Dorking Bantam
De Dorking-kriel is een vrij laag gesteld, witvellig, vijftenig Engels dwerghoen met rechthoekige, voor een kriel vrij zware bouw. Kalm, handzaam en een klassiek sierkriel met een oud landrasverhaal.
Kenmerken
Vrij laag gesteld, witvellig, vijftenig. Rechthoekige, voor een dwerghoen vrij zware bouw. Romp fors, lang en diep.
- Gewicht: Haan 1000-1200 g, hen 900-1000 g.
- Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
- Kam: Enkelvoudig, vrij groot, zes kampunten. Kamhiel volgt de nek zonder erop te rusten.
- Benen: Vrij kort, krachtig, wit zonder roze of rode aanslag. Vijf lange, rechte tenen. De vijfde teen zit direct boven de achterteen en groeit iets omhoog.
- Ogen: Oranjerood. Oorlellen rood, enig wit toegestaan.
Kalm, handzaam en vriendelijk. Ze scharrelen graag, zonder lastig te vliegen.
Eileg
Het grote Dorkingras was vooral een tafelras. De kriel is daar te klein voor als vleesvogel, maar legt nog netjes en wordt graag broeds.
- Productie: Ongeveer 150-180 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Wit of crème, rond de 35 g.
- Broedsheid: Goede broedsters en betrouwbare moeders.
Hen vs haan
Beide delen de rechthoekige bouw en vijf tenen. De haan heeft een grotere rechtopstaande kam en halfhoge staart met goed gebogen sikkels. Bij de hen mag het achterste deel van de kam omvallen. Zij draagt de staart iets lager en minder gespreid. Haar achterlijf is goed gevuld.
Klimaat
Winterhard en aanpasbaar. Weinig eisen, zolang het hok droog en tochtvrij is. Mak karakter past in achtertuinkuddes. Ze scharrelen graag als er ruimte is.
Kleurslagen
In de KLN-standaard staat donker zilverpatrijs uitgewerkt. Verder komen zilvergrijs, gekleurd, koekoek, rood en wit voor. Witte poten zonder roze aanslag blijven bij alle slagen belangrijk.
Geschiedenis
Engeland, einde van de negentiende eeuw. Miniatuur van het oude Dorkinghoen, een van de oudste bekende Engelse rassen, met wortels die tot de Romeinse tijd worden teruggevoerd. De kriel bewaart vijf tenen, wit vel en rechthoekige bouw in kleiner formaat. Vandaag vooral show en sier, geen dubbeldoelras.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Romp: Fors, lang en diep; van opzij rechthoekig.
- Hals: Vrij kort, enigszins gebogen. Halsbehang zeer vol, ruim over de schouders.
- Rug en zadel: Lang en breed, recht, iets afhellend naar de staart. Overvloedig zadelbehang.
- Borst: Breed, diep en vol, goed gerond, wat naar voren.
- Vleugels: Vrij groot, aangetrokken, losjes op de flank.
- Staart: Goed ontwikkeld, iets gespreid, halfhoog. Brede stuurveren, goed gebogen sikkels.
- Ernstige fouten: Te gering formaat, smalle bouw, korte rug, te lange benen, andere beenkleur dan wit.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Dorking krielen.
Het Vlaams Neerhof, Jaargang 26, nummer 1, 2022. Op ontdekkingsreis door Europa.
Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.
American Poultry Association (2023). The American Standard of Perfection.