Krielen KRIELEN

Nederlandse baardkuifhoenkrielen

Zwerg-Paduaner

Nederland
auto_awesome Grote kuif
face Volle driedelige baard
content_cut Geen kam
psychology Leiblauwe poten

De Nederlandse baardkuifhoenkriel is een landhoentype-dwerghoen met grote kuif, volle driedelige baard en zonder kam. Kalm, handzaam en herkenbaar door leiblauwe poten en de schedelknobbel onder de kuif.

Kenmerken

Landhoentype met grote kuif en volle baard. Kam ontbreekt. Kinlellen nauwelijks ontwikkeld of afwezig, bedekt door de baard.

  • Gewicht: Haan 900-1000 g, hen 700-800 g.
  • Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 12 mm.
  • Kuif: In verhouding groot, vol en dicht, het zicht niet belemmerend. Symmetrisch, van voren een vrij groot licht gewelfd vlak. Kuifveren lang en smal, als halsbehang.
  • Baard: Krachtig, vol en dicht, omsluit de keel. Door de insnoering ontstaat een min of meer driedelige baard.
  • Oorlellen: Klein, witachtig, geheel door de baard bedekt.
  • Ogen: Oranjerood tot bruinrood.
  • Benen: Middellang, glad, leiblauw, vier tenen. Kleurdiepte varieert met de veerkleur.

Kalm en handzaam. Ze scharrelen graag, maar kuif en baard houden van droge omstandigheden.

Eileg

Nette eileg voor een sierras. Geen dubbeldoelras: je houdt ze om type, kuif en baard.

  • Productie: Ongeveer 120-140 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Wit, rond de 35 g.
  • Broedsheid: Meestal niet sterk broeds.

Hen vs haan

Bij de hen zijn de kuifveren breed en fraai gerond. Daardoor is haar kuif bolrond, vast, goed gesloten en recht op de kop. Bij de haan zijn kuifveren langer en smaller, meer als halsbehang. Hij heeft langere, fraai gebogen sikkels en rijker zadelbehang.

Klimaat

Winterhard genoeg, maar kuif en baard vragen een droge, schone stal. Nat weer maakt de kopbevedering zwaar en vies. Ontstoken oogleden zijn een diskwalificatie op de show: houd de omgeving rond de ogen schoon.

Kleurslagen

Klassiek zijn de gezoomde kleuren: goud zwartgezoomd, geel witgezoomd en zilver zwartgezoomd. Daarnaast wit, zwart, blauw gezoomd, koekoek, donkerbruin Dun en splash. Er bestaat ook een erkende krulvederige variëteit in dezelfde kleuren.

Fokrichtlijn voor krul: paar altijd gladvederig met krulvederig. Twee krulvederige dieren geven dubbelgekrulde kuikens met aangetaste verenstructuur.

Geschiedenis

In Engeland in de 19e eeuw gemaakt, in Nederland begin 20e eeuw verder gebracht. Subtitel in de standaard: Zwerg-Paduaner. Verwant aan het grote Nederlandse baardkuifhoen (Padua), dat al eeuwen op schilderijen voorkomt. De kriel is een sierdwerghoen, geen dubbeldoelras.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Romp: Breed in de schouders, naar achteren iets smaller.
  • Kop: Flink breed tussen de ogen, met sterk ontwikkelde schedelknobbel. Gezicht rood, fijn, onbevederd.
  • Snavel: Krachtig, middellang, matig gebogen. Grote, opengespalkte neusgaten.
  • Hals: Middellang tot ruim middellang, rechtop, weinig doch sierlijk gebogen. Halsbehang lang en vol.
  • Rug en zadel: Ruim middellang, voldoende breed, iets aflopend naar de staart met een kortronde stompe hoek. Zadelbehang breed en rijk.
  • Borst: Enigszins naar voren gedragen, vol, breed, tamelijk diep, goed gerond.
  • Vleugels: Groot, vrij lang en breed, enigszins schuin omlaag, losjes rustend op de flankveren.
  • Staart: Middelhoog, tamelijk gespreid, lange brede sikkels, rijke staartdekveren.
  • Ernstige fouten: Te smalle of plompe bouw, korte rug, te kleine, losse, scheve, te diep doorhangende of gespleten kuif, onvoldoende baard, zichtbare kinlellen, kuif die het zicht belemmert.

Conditioneren van kuif en baard is beperkt toegestaan, mits steunveren zoveel mogelijk intact blijven.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Nederlandse baardkuifhoenkrielen.

Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.

Vergelijkbare rassen