Krielen KRIELEN

Foto door Thomon, CC BY-SA 4.0

Foto door Édouard Hue, CC BY-SA 4.0

La Flèche krielen

Duivelskip

Duitsland
psychology Tweehoornige kam
visibility Grote neusgaten
straighten Slank en fors
bolt Actief karakter

De La Flèche-kriel is een slank, fors dwerghoen met tweehoornige kam. De Duitse kriel werd uit Duitse en Rijnlander krielen en kleingebleven la Flèche-hoenders gefokt. Al rond 1970 stonden aanvaardbare dieren op de show.

Kenmerken

Slank en fors, sierlijk dwerghoen met tweehoornige kam. Romp krachtig, vrij lang en breed, opgericht gedragen.

  • Gewicht: Haan 800-900 g, hen 700-800 g.
  • Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
  • Kam: Twee kegelvormige hoorntjes, 1 tot 1½ cm, loodrecht en evenwijdig, levendig rood. Bij de hen ¾ tot 1 cm.
  • Oorlellen: Ovaal tot amandelvormig, groot, zuiver wit.
  • Neusgaten: Groot en opengespalkt, met hoornachtige overwelving en erwtvormig kamvlees op de bovensnavel.
  • Benen: Lang, krachtig, glad. Bij zwart leiblauw. Bij wit vleeskleurig wit.

Achter de kamhoorntjes een klein kroesachtig veertoefje. Actieve, waakzame scharrelaars die graag rondscharrelen.

Eileg

Voor een sierkriel een nette legster. Geen dubbeldoelras: type en kam staan voorop.

  • Productie: Ongeveer 100-140 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Wit tot licht getint, rond de 35 g.
  • Broedsheid: Weinig tot niet.

Hen vs haan

Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De haan heeft een grote, vrij hoog gedragen staart met flink ontwikkelde, goed gebogen sikkels. De hen heeft een iets minder gespreide staart en kortere kamhoorntjes.

Klimaat

Winterhard en robuust. Ze vliegen goed, dus hoge omheining of overdekte ren helpt. Droge, tochtvrije nachtstal blijft welkom, vooral voor de grote kamvleesdelen in vorst.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: wit, zwart, blauw gezoomd en koekoek. Bij zwart: ogen donkerbruin, snavel donker hoornkleurig, loopbenen leiblauw, bovengevederte groenglanzend zwart. Bij wit: ogen oranje-roodbruin, snavel wit, loopbenen vleeskleurig wit.

Geschiedenis

Duitse en Rijnlander krielen waren, naast enige kleingebleven dieren van de la Flèche-hoenders, stamouders van dit dwergras. Reeds in 1970 werden zeer aanvaardbare dieren geshowd. De bijnaam duivelskip komt van de twee hoorntjes op de kop.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Middellang, fijn doch krachtig. Gezicht glad, onbevederd of licht met haarachtige veertjes, levendig rood.
  • Kam: Hoorntjes op lage kamvleesbasis uit twee helften, vóór elk hoorntje een uitholling. Geen grove kamformatie met te veel voorvlees.
  • Snavel: Middellang, sterk, enigszins gebogen.
  • Kinlellen: Groot, afhangend, goed gerond, fijn weefsel, levendig rood.
  • Hals: Lang en krachtig, bovenste gedeelte fraai gebogen, halsbehang goed ontwikkeld.
  • Rug en zadel: Breed, vlak tussen de schouders, lang, vrij sterk aflopend naar de staart.
  • Borst: Breed en goed gewelfd.
  • Vleugels: Middelgroot, aangesloten, iets afhangend. Einden onder het zadelbehang.
  • Staart: Groot en vol, vrij hoog. Stuurveren breed, sikkels goed gebogen, dekveren talrijk.
  • Ernstige fouten: Te zwak of te smal, vlakke borst, te hoge of te lage staartdracht bij de haan, ontbreken van het veertoefje, veel rood in de oorlellen.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - La Flèche krielen.

Horst Schmidt (1996). Rashoenders.

Vergelijkbare rassen