Krielen KRIELEN

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Lakenvelder krielen

Lakenvelder

Nederland
palette Lakenveldertekening
visibility Roodbruine ogen
history Nederlandse oorsprong
egg Goede legster

De Lakenvelderkriel is een licht gebouwd dwerghoen van het landhoentype met het bekende lakenpatroon: diepzwarte kop, hals en staart tegen een wit lichaam. Omstreeks 1939 in Nederland gecreëerd.

Kenmerken

Licht gebouwd landhoentype met gestrekte, diepe, goed gevulde romp. De Lakenveldertekening steekt scherp af: glanzend diepzwart in kop, hals en staart, wit op het lichaam.

  • Gewicht: Haan 800-900 g, hen 700-800 g.
  • Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 11 mm.
  • Kam: Enkel, middelgroot, vijf of zes fijne tanden, helderrood. Kamhiel vrijwel horizontaal naar achteren.
  • Oorlellen: Vrij klein, amandelvormig, wit.
  • Ogen: Roodbruin of diep oranjerood.
  • Benen: Middellang, onbevederd, leiblauw.

Actieve, nieuwsgierige scharrelaars die graag rondscharrelen.

Eileg

Voor een sierkriel een sterke legster. Geen dubbeldoelras: tekening en type blijven het hoofdzaakje, maar de eiproductie is netjes.

  • Productie: Vaak 140-180 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Wit tot crème, rond de 30-35 g.
  • Broedsheid: Weinig tot niet. De hen heeft wel een goed ontwikkelde legbuik.

Hen vs haan

Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De haan heeft een groot, vol, rijk ontwikkeld staartwerk met breed gebogen sikkels en lang zadelbehang. De hen mist dat behang, maar toont dezelfde scherpe tekeningverdeling.

Klimaat

Winterhard en geschikt voor vrije uitloop. Ze scharrelen veel en vinden buiten graag hun eigen kostje bij elkaar. Droge, tochtvrije stal blijft belangrijk, vooral voor de kam in vorst.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: Lakenvelder tekening en Lakenvelder blauwgetekend. Bij de klassieke slag is kop en halsbehang glanzend diepzwart, schouders en lichaam wit, staart groenglanzend diepzwart. Bij blauwgetekend zijn de zwarte partijen leiblauw.

Geschiedenis

Omstreeks 1939 in Nederland gecreëerd. Het grote ras kent oudere vermeldingen van 'Lakerveltsche hoenders' uit 1727 rond Lakervelt tussen Lexmond en Meerkerk. De kriel is een latere Nederlandse fok, gehouden om tekening en showtype.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Middelgroot, gezicht glad en fijn, rood.
  • Snavel: Middellang, vrij krachtig, licht gebogen aan de punt, blauwachtig.
  • Kinlellen: Middellang, vrij dun, goed afgerond, levendig rood.
  • Hals: Middellang, licht gebogen doch opgericht. Halsbehang rijk: voorzijde hals geheel, bovenborst, rug en schouders grotendeels bedekt.
  • Rug en zadel: Vrij breed, middellang, iets aflopend, kortronde overgang naar de staart.
  • Borst: Vol, goed gerond, enigszins hoog gedragen.
  • Vleugels: Krachtig, vrij lang en breed, aanliggend, enigszins schuin achterwaarts zonder af te hangen.
  • Staart: Groot en vol, niet te laag. Stuurveren breed en tamelijk gespreid.
  • Ernstige fouten: Te smal of te kort, veel rood in de oorlellen, te lange of te laag gedragen vleugels.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Lakenvelder krielen.

Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.

Horst Schmidt (1996). Rashoenders.

Vergelijkbare rassen