Krielen KRIELEN

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Maleier krielen

Malay

Verenigd Koninkrijk
height Zeer hoog gesteld
architecture Driebogenlijn
visibility Overstekende wenkbrauwen
fitness_center Zwaar bespierd

De Maleierkriel is een zeer hoog gesteld, opgericht dwerghoen met brede, zwaar bespierde bouw. Hals, rug en staart vormen de typische driebogenlijn. Einde 19e eeuw in Engeland gefokt uit grote Maleiers, Moderne Engelse vechtkrielen en Aseel krielen.

Kenmerken

Zeer hoog gesteld met opgerichte houding. Breed en zwaar bespierd, krap bevederd. Hals, rug en staart vormen een driebogenlijn. Schouders markant en het breedste deel van de korte romp.

  • Gewicht: Haan 1600-1700 g, hen 1200-1300 g.
  • Ringenmaat: Haan 16 mm, hen 15 mm.
  • Kam: Kleine walnootkam, voor op de kop, glad, zonder kamdoorn, rood.
  • Ogen: Diepliggend, parelkleurig of licht geelachtig.
  • Benen: Lang en glad, diepgeel. Achterteen moet op de grond rusten.

Vormvogel eerst: kleur komt op de tweede plaats. Zelfverzekerd type. Hanen onderling beter apart houden. Uitgegroeide hanen kunnen rond de 50 cm meten.

Eileg

Matige legsters. Geen dubbeldoelras: stelling en driebogenlijn staan voorop.

  • Productie: Matige leg.
  • Kleur en gewicht: Geelbruin, 40-45 g.
  • Broedsheid: Kan voorkomen.

Hen vs haan

Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De hen heeft minder ontwikkelde wenkbrauwen en draagt de samengevouwen staart iets hoger. De haan toont de volle driebogenlijn met laag gedragen, korte staart en smalle, weinig gebogen sikkels.

Klimaat

Winterhard. Krappe bevedering isoleert weinig: droge, tochtvrije stal helpt. Ze scharrelen graag. Hoge stelling vraagt om voldoende ruimte en een bescheiden hoge omheining.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: witpatrijs (roodgeschouderd wit), roodgeschouderd zilverpatrijs, patrijsbont, tarwe en wit. Type gaat voor kleur.

Geschiedenis

Engeland. Einde 19e eeuw gefokt uit grote Maleiers, Moderne Engelse vechtkrielen en Aseel krielen. De Engelse fokker W. Entwisle toonde vroege dieren in patrijs, tarwe, porselein, wit en roodgeschouderd wit. Via H. Marten kwamen ze voor de eeuwwisseling naar Duitsland. Een showras, gehouden om stelling en silhouet.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Schedel zeer breed met overstekende wenkbrauwen. Gezicht glad en rood.
  • Snavel: Kort, krachtig, goed gebogen, diepgeel.
  • Hals: Lang, rechtop, weinig gebogen, over de hele lengte ongeveer even dik. Halsbehang krap, bereikt rug en schouders niet.
  • Rug en zadel: Breed, vrij kort en gewelfd, sterk afhellend, in het zadel smaller. Zadel kort bevederd.
  • Borst: Breed en gespierd, zeer hoog. Door krappe bevedering is de huid op de borstbeenkam zichtbaar.
  • Vleugels: Kort, goed gesloten. Einden op de rug (tweede boog). Vleugelboeg uitstaand.
  • Schouders: Hoekig, hoog gedragen.
  • Staart: Kort, krap, samengevouwen, laag. Derde boog met hals en rug.
  • Dijen: Lang en gespierd, zeer krap bevederd, hielgewricht iets gebogen.
  • Ernstige fouten: Te smalle bouw, te weinig opgericht, ontbreken van de driebogenlijn, te lage vleugeldracht, te lange vleugels, te laag gesteld, losse volle bevedering.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Maleier krielen.

Horst Schmidt (1996). Rashoenders.

Vergelijkbare rassen