Moderne Engelse vechtkrielen
Modern Game
De Moderne Engelse vechtkriel kenmerkt zich door zeer hoge beenstelling en harde, krappe bevedering. Fijn van bouw, hoog opgericht, duidelijk anders dan andere hoogbenige vechtkrielen. Omstreeks 1860 in Engeland ontstaan als showtype.
Kenmerken
Zeer hoge beenstelling, harde krappe bevedering, fijn van contouren. Hoog opgericht, naar achteren afhellend. Het dier moet lijken of het zich extra opricht.
- Gewicht: Haan 575-625 g, hen 475-550 g.
- Ringenmaat: Haan 11 mm, hen 10 mm.
- Kam: Enkel, klein, rechtop, regelmatig getand, fijn van weefsel.
- Oorlellen: Klein, dun, glad, vrij van wit.
- Hals: Lang, dun, weinig gebogen, rechtop. Halsbehang kort en glad.
- Benen: Lang, glad en rond. Kleur al naargelang de kleurslag.
Energieke, nieuwsgierige scharrelaars. Hanen onderling beter apart houden.
Eileg
Matige legsters. Geen dubbeldoelras: stelling en type staan voorop.
- Productie: Ongeveer 60-100 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Getint, rond de 25 g.
- Broedsheid: Kan voorkomen.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De haan heeft smalle, goed gepunte, weinig gebogen sikkels en een tamelijk korte, samengevouwen staart iets hoger dan horizontaal. De hen toont dezelfde hoge stelling en krappe bevedering in fijner formaat.
Klimaat
Matig winterhard. Krappe bevedering isoleert weinig: droge, tochtvrije stal is belangrijk. Ze scharrelen graag. Lange benen vragen om een schone, niet te natte uitloop.
Kleurslagen
In de KLN-standaard een breed palet: patrijsvarianten, tarwe, berkenvarianten, wit, zwart, blauw en koekoek. Type en beenhoogte gaan voor kleur.
Geschiedenis
Engeland, omstreeks 1860. Ontwikkeld als showtype met extreme beenstelling en fijne bouw, duidelijk afwijkend van andere hoogbenige vechtkrielen. Een puur sier- en showras.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Kop: Lang en slank, smal tussen de ogen. Gezichtshuid glad.
- Snavel: Lang, stevig aan de basis, dunner naar de punt, licht gebogen.
- Rug en zadel: Vlak, tamelijk kort, plat van halsbasis tot staartwortel, breed in de schouders, smaller en aflopend naar achteren. Zadelbehang kort.
- Borst: Breed en naar de zijden gerond.
- Vleugels: Krachtig, kort, opgetrokken en gesloten. Punten niet voorbij het lichaam. Vleugelboeg duidelijk zichtbaar.
- Schouders: Breed en uitstaand.
- Staart: Tamelijk kort, samengevouwen, slechts weinig boven het lichaam.
- Dijen: Lang, gespierd, pezig aan het hielgewricht, goed uit elkaar.
- Ernstige fouten: Onvoldoende beenhoogte, te smalle bouw, te losse bevedering, te diepe borst, rond in rug, te grove bouw.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Moderne Engelse vechtkrielen.