Oud-Engelse vechtkrielen
Old English Game
De Oud-Engelse vechtkriel is een hard aanvoelend, gespierd, nauwelijks middelhoog gesteld krielhoen. Compact, beweeglijk en temperamentvol. Ondanks de naam zijn deze krielen later ontstaan dan de Moderne Engelse vechtkrielen.
Kenmerken
Kort, van voren breed en naar achteren beduidend smaller. Vrijwel horizontale houding. Hard gespierd, compact achterdeel. Een klassieke showvogel: type en hardheid gaan voor kleur.
- Gewicht: Haan 900-1000 g, hen 700-800 g.
- Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 11 mm.
- Kam: Enkel, klein, rechtop, dun en regelmatig getand. Kamhiel volgt de nek niet.
- Oorlellen: Klein, dun, vlak aanliggend, rood.
- Benen: Nauwelijks middellang, krachtig, glad. Kleur al naargelang de kleurslag.
Actieve, temperamentvolle scharrelaars. Hanen onderling beter apart houden. Een kleine nekkuif en/of baardvorming komt als variëteit voor.
Eileg
Matige legsters. Geen dubbeldoelras: type en bouw staan voorop.
- Productie: Ongeveer 80-120 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Crème tot getint, rond de 30 g.
- Broedsheid: Kan voorkomen.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De haan heeft halfhoog gedragen, enigszins samengevouwen staart met goed gebogen hoofdsikkels, niet overdreven breed. De hen toont dezelfde korte, wigvormige bouw in fijner formaat.
Klimaat
Zeer winterhard. Harde bevedering en compact type helpen in de kou. Ze scharrelen graag. Droge, tochtvrije nachtstal blijft welkom.
Kleurslagen
In de KLN-standaard een breed palet: patrijsvarianten, tarwe, berken, roodhalzige slagen, wit, zwart, blauw en koekoek. Type gaat voor kleur.
Geschiedenis
Engeland. Ondanks de naam later ontstaan dan de Moderne Engelse vechtkrielen. Een showras, gehouden om het compacte, harde type en de uitdagende uitdrukking van het oude Engelse vechthoen in krielmaat.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Kop: Tamelijk klein, naar de snavel smaller. Gezicht glad.
- Snavel: Fors, sterk aan de basis, goed gebogen, bovensnavel nauwsluitend.
- Hals: Sterk, middellang, weinig gebogen, krachtig aan de basis. Halsbehang vol maar niet breed.
- Rug en zadel: Kort, breed tussen de schouders, smaller naar achteren. Rug-staartbelijning kort en gerond.
- Borst: Breed, vol, naar voren, sterke borstspieren. Borstbeen niet diep of puntig.
- Vleugels: Groot en krachtig, goed aangetrokken. Grote slagpennen nauwelijks voorbij het lichaam.
- Schouders: Breed, hoog aangezet, iets boven de rugbelijning.
- Dijen: Middellang, rond en gespierd, licht gebogen in het hielgewricht.
- Ernstige fouten: Te smal en lang, te dunne hals of dijen, te hoge of te lage beenstelling, te losse bevedering, onvoldoende spierontwikkeling.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Oud-Engelse vechtkrielen.