Orpington krielen
Orpington
De Orpingtonkriel is een diep gebouwd krielhoen dat door rijke donsontwikkeling nog dieper toont. Volle dijbevedering, gevulde hals, zeer brede borst en zeer brede rug. Omstreeks 1905 in Duitsland gecreëerd.
Kenmerken
Breed, diep en vol. Door rijke donsontwikkeling toont het dier nog dieper. Volle dijbevedering, gevulde hals, zeer brede borst en rug.
- Gewicht: Haan 1400-1500 g, hen 1200-1300 g.
- Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
- Kam: Enkel, nauwelijks middelgroot, rechtop, vijf goed ingesneden kamtanden, levendig rood.
- Oorlellen: Vrij klein, langwerpig, levendig rood.
- Benen: Kort, stevig, glad, flink uit elkaar. Kleur al naargelang de veerkleur. Onbevederd.
Kalme, handzame scharrelaars die graag rondscharrelen.
Eileg
Nette legsters. Geen dubbeldoelras in krielvorm: type en donsrijke bouw staan voorop, ook al stamt het grote ras uit een nutstraditie.
- Productie: Ongeveer 140-180 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Crème tot lichtbruin, rond de 40 g.
- Broedsheid: Komt vaak voor.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. Bij de hen is de rug breed en kort; de rug-staartlijn loopt minder hoog op. De haan heeft een middellange, halfhoog geopende staart in omgekeerde V-vorm, waarbij de stuurveren geheel door sikkels en dekveren worden afgedekt zonder dat de sikkels voorbij de stuurveren reiken.
Klimaat
Winterhard dankzij volle, zachte bevedering en rijke dons. Natte uitloop maakt ze snel vies: droge stal en schone ren helpen. Ze scharrelen rustig en vliegen weinig.
Kleurslagen
In de KLN-standaard onder meer berken, goudgeel zwartgezoomd, roodporselein, zwart witgepareld, wit, zwart, blauw gezoomd, buff en gestreept. Buff blijft een klassieker.
Geschiedenis
Omstreeks 1905 in Duitsland gecreëerd als dwergvorm van het Engelse Orpington-hoen. Een show- en sierras, gehouden om diepte, breedte en donsrijke type.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Kop: Middelgroot, van boven breed, zonder overstekende wenkbrauwen, levendig rood.
- Snavel: Kort, krachtig, regelmatig gebogen.
- Hals: Vrij kort, licht gebogen, goed gevuld, overvloedig halsbehang tot op de schouders.
- Rug en zadel: Breed, vlak tussen de schouders. Door volle halskraag en oplopend zadel toont de rug kort.
- Borst: Breed en diep, goed gerond, overal gevuld, onderborst weinig naar voren.
- Vleugels: Vrij klein, gesloten, horizontaal, rustend op flankdons.
- Staart: Middellang, goed gespreid, halfhoog, ononderbroken lijn met oplopende rug.
- Dijen: Krachtig, kort, vol bevederd, grotendeels schuil in de flanken.
- Ernstige fouten: Te groot, te geringe diepte, onvoldoende dons, te losse bevedering, te lange rug, wit in de oorlellen, afwijkende beenkleur.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Orpington krielen.