Phoenix krielen
Phoenix
De Phoenixkriel is een slank dwerghoen van het landhoentype met opvallend rijke bevedering en staartontwikkeling. Japanse oorsprong, als krielvorm omstreeks 1900 in Duitsland ontstaan. De sikkelveren ruien niet ieder jaar, maar worden tot drie jaar gedragen en groeien door.
Kenmerken
Slank landhoentype met rijke, smalle sierbevedering. Staart zo vol en zo lang mogelijk, sterk achterwaarts tot horizontaal, niet afhangend. Bij overjarige hanen reiken zadelbehang en staartdekveren tot op de grond.
- Gewicht: Haan 850-950 g, hen 750-850 g.
- Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 11 mm.
- Kam: Enkel, vrij klein, rechtop, levendig rood.
- Oorlellen: Vrij klein, ovaal, wit.
- Ogen: Oranjerood tot rood.
- Benen: Middellang, fijn. Bij voorkeur leiblauw; donker olijfgroen toegestaan. Lange dunne sporen bij volwassen hanen.
Actieve, elegante scharrelaars. Lange sierveren vragen om een schone, droge ruimte zonder veel modder.
Eileg
Matige legsters. Geen dubbeldoelras: staart en sierbevedering staan voorop.
- Productie: Ongeveer 60-100 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Geelachtig wit tot crème, rond de 25 g.
- Broedsheid: Weinig tot niet.
Hen vs haan
De haan toont de spectaculaire lange sikkels, staartdekveren en zadelbehang. Die veren worden tot drie jaar gedragen en groeien door. De hen mist dat extreme sikkelwerk, maar moet voldoende gebogen bovenste staartstuurveren hebben. Onvoldoende gebogen stuurveren bij de hen is een ernstige fout.
Klimaat
Matig winterhard. Weinig dons: droge, tochtvrije stal is belangrijk. Ze scharrelen graag. Hoge zitstokken en voldoende ruimte beschermen de lange staartveren.
Kleurslagen
In de KLN-standaard onder meer wildkleur, patrijs, geelpatrijs, blauwpatrijs, zilverpatrijs, wit en zwart.
Geschiedenis
Japan; als krielvorm ontstaan in Duitsland omstreeks 1900. Verwant aan Japanse langstaartrassen, in Europa gehouden als elegante show- en siervogel om de doorgroeiende sierbevedering.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Romp: Vrij lang, slank, niet te veel opgericht, iets smaller naar achteren.
- Kop: Klein, smaller naar de snavel.
- Snavel: Middellang, stevig, iets gebogen, licht hoornkleurig of blauwgrijs.
- Hals: Vrij lang, licht gebogen en opgericht. Halsbehangveren zeer lang en smal, schouders en bovenrug bedekkend.
- Rug en zadel: Lang, enigszins aflopend. Zadelbehang rijk, lange smalle veren.
- Borst: Vol, rond, glad aanliggend bevederd.
- Vleugels: Lang en krachtig, goed opgetrokken aan de flanken.
- Staart: Zo vol en lang mogelijk. Sikkels met korte buiging afhangend door buigzame schachten. Stuurveren zeer lang, breed, iets gespreid.
- Ernstige fouten: Onvoldoende sikkels of behang bij de haan, rode oorlellen, gele benen, te gedrongen bouw, hoog gedragen borst, hangende vleugels.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Phoenix krielen.