Krielen KRIELEN

Rijnlander krielen

Rheinländer

Duitsland
rectangle Rechthoekige romp
grid_view Rozekam
straighten Horizontale houding
ac_unit Winterhard

De Rijnlanderkriel is een klein, gestrekt landhoentype met vrijwel horizontale houding en breed gedragen, rijk bevederde staart. Middelhoog gesteld. West-Duitsland; ongeveer in 1930 op de tentoonstellingen verschenen.

Kenmerken

Rechthoekig, gestrekt landhoentype. Verhouding lengte tot diepte ongeveer 8:5. Vrijwel horizontale houding, middelhoog gesteld.

  • Gewicht: Haan 1000-1100 g, hen 800-900 g.
  • Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 11 mm.
  • Kam: Kleine rozekam, laag en dicht op de kop, fijn gepareld, korte kamdoorn die de neklijn volgt, helderrood.
  • Oorlellen: Klein, enigszins ovaal, zuiver wit.
  • Benen: Middellang, fijn, glad. Kleur al naargelang de kleurslag.

Actieve, zelfverzekerde scharrelaars die graag rondscharrelen.

Eileg

Nette legsters. Geen dubbeldoelras: type en staartvorm staan voorop.

  • Productie: Ongeveer 140-180 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Wit, rond de 35 g.
  • Broedsheid: Weinig tot niet. De hen heeft wel een goed ontwikkelde legbuik.

Hen vs haan

De hen staat meer horizontaal, heeft een goed ontwikkelde legbuik en een brede staartdracht die aan het einde even breed is als bij het lichaam. De haan heeft een rijk bevederde, halfhoog en tamelijk gespreide staart met brede, goed gebogen hoofdsikkels en veel bijsikkels.

Klimaat

Zeer winterhard. Ze scharrelen graag en doen het goed met uitloop. Droge, tochtvrije nachtstal blijft welkom.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: patrijs, zilverpatrijs, wit, zwart, blauw gezoomd en koekoek.

Geschiedenis

West-Duitsland. Ongeveer in 1930 op de tentoonstellingen verschenen. Een show- en legkriel van het Rijnlandse landhoentype.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Klein, iets afgeplatte schedel. Gezicht rood met kleine haarachtige veertjes.
  • Snavel: Stevig, kleur afhankelijk van de kleurslag.
  • Hals: Middellang, halsbehang rijk ontwikkeld.
  • Rug en zadel: Breed, lang, recht en vlak, enigszins aflopend. Zadelbehang goed ontwikkeld.
  • Borst: Breed, gewelfd en diep.
  • Vleugels: Goed aangesloten en hoog gedragen.
  • Schouders: Breed, gedeeltelijk bedekt door het halsbehang.
  • Staart: Rijk bevederd, lang, breed, halfhoog, tamelijk gespreid.
  • Ernstige fouten: Te korte of te smalle rug, vlakke of spitse borst, te laag gedragen vleugels, te steile of te vlakke staart, te hoge beenstelling, te grote kam.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Rijnlander krielen.

Vergelijkbare rassen