Sebright krielen
Sebright
De Sebright is een wereldberoemde echte kriel, bekend om het prachtig gezoomde verenkleed en de unieke henbevedering bij hanen. Ontwikkeld begin 19e eeuw door Sir John Sebright, is het een meesterwerk van selectief fokken en een favoriet bij showfokkers.
Kenmerken
De Sebright is een parmantig, levendig dwerghoen: kort en breed, goed gerond, met een eigen type door de sterk naar voren gedragen borst, de naar achter gebogen hals en de henbevedering van de haan.
Het meest opvallende is het gezoomde verenkleed: brede, amandelvormige veren met een smalle, diepzwarte (groenglanzende) zoom. De vleugels hangen laag, bijna tot de grond. Poten leiblauw; ogen donkerbruin.
- Koppunten: Rozekam, van voren goed gevuld, met fijne parels en een rechte doorn (licht doorgebogen mag). Kam- en kinlellen karmozijnrood tot purperrood (niet meer moerbeikleurig). Oorlellen rood of purperrood; enig wit is toegestaan.
- Type: Brede schouders, gewelfde borst, korte rug, ‘hengstenek’, bekoorlijk en elegant, nooit plomp.
- Gewicht: Haan 625–675 g, hen 525–575 g.
- Ringenmaat: Haan 12 mm, hen 10 mm.
Eileg
Als sierras is de Sebright geen productieve legger. Bij goede verzorging leggen hennen doorgaans rond de 100 eieren per jaar (vaak in de range 60–100). De eieren zijn klein, zo’n 30 g (minimum broedei), en variëren van wit tot zacht crème of zacht geel. Ze kunnen goede moeders zijn, maar worden zelden broeds, en door hun geringe formaat is een groot nest moeilijk te dekken. Fokkers gebruiken vaak een broedmachine of pleeghennen vanwege de soms lagere vruchtbaarheid.
Hen vs haan
De Sebright is een van de weinige rassen waarbij de haan henbevederd is: geen lange spitse hals-, zadel- en sikkelveren; veren kort en afgerond zoals bij de hen. Het bovenste paar stuurveren mag iets langer en licht gebogen zijn, mits breed en afgerond. De hen lijkt nog sierlijker en dwergachtiger; zij is vaak wat meer purperrood in gezicht, kam en kinlellen.
Hanen wegen 625–675 g, hennen 525–575 g. Kam en kinlellen van de haan zijn groter en feller rood of purperrood.
Klimaat
Sebrights gelden als matig winterhard maar kunnen gevoelig zijn, vooral als kuikens. Door hun geringe lichaamsgewicht en grote kammen zijn ze gevoelig voor extreme kou en vorstschade. Ze hebben een droge, tochtvrije omgeving nodig. Het zijn actieve kippen die ruimte waarderen, maar hun uitstekende vliegvermogen vraagt om een goed afgedekte ren zodat ze niet over de omheining vliegen.
Kleurslagen
In België en Nederland zijn onder meer erkend: goud zwartgezoomd, zilver zwartgezoomd, citroen zwartgezoomd en geel witgezoomd (buff/geel met witte zoom; soms chamois genoemd).
Bij zwarte zooming is de grondkleur tot aan de rand teruggedrongen en verschijnt daar als smalle, egalen zoom, ook op hals, vleugelband en staart. Het veermidden moet zuiver zijn (zilver: zonder geel of donker; goud: mooi goudbruin zonder vlekkerige tint).
Fouten bij showdieren zijn onder meer pepering, dubbele of grijze zoom, hoefijzervormige zoom, niet-gezoomde keel, smalle (lancetvormige) veren en gebroken zooming.
Geschiedenis
Het ras werd rond 1800 in Engeland ontwikkeld door Sir John Saunders Sebright. Meer dan twintig jaar selectie leverde een kleine, gezoomde kip met henbevederde hanen op. Uitgangsmateriaal was onder meer een roodachtige henbevederde haan, een gele Nanking-krielhen met blauwe benen, een goudzwartgezoomd Hollands Hoen, en later ook goud- en zilverzwartgezoomde Baardkuifhoenders. Een oude claim dat wit van een witte Zijdehoen zou komen, geldt als onzeker.
De Sebright is een van de oudste gedocumenteerde krielrassen en kreeg al in 1810 een eigen specialistenclub. Vanaf ongeveer 1860 verbeterden Duitse fokkers (onder meer Bockelmann, Liebsch, Wrede en Marten) vooral de kleur; de Duitse Sebright Club werd in 1926 opgericht.
Genetica
Het unieke uiterlijk van de Sebright-haan komt door het Hf-gen (hen-feathering). Dit autosomaal dominante gen zorgt ervoor dat de huid van de haan androgenen omzet in oestrogenen, waardoor typische mannelijke secundaire bevedering (sikkel- en halsveren) niet ontwikkelt. Daardoor is het ras interessant voor endocrinologisch onderzoek. Daarnaast vraagt perfecte zooming om strikte selectie, omdat het patroon zonder strenge foknormen snel achteruitgaat.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Romp: Kort en breed; dons achteraan kort.
- Hals: Vrij kort, goed gebogen, flink naar achteren; bij de haan zonder hals- en zadelsierveren.
- Staart: Vol, vrij hoog en gespreid; geen sikkels. Bovenste stuurveren mogen iets gebogen zijn en iets voorbij de rest reiken.
- Ernstige fouten: Smalle of te lange bouw; weinig voorwaartse borst; hoge beenstelling; smalle veren; sikkelvorming bij de haan; veel wit in de oorlellen; te lichte oogkleur.
Bronnen
American Poultry Association (2023). The American Standard of Perfection.
Carol Ekarius (2007). Storey's Illustrated Guide to Poultry Breeds: Chickens, Ducks, Geese, Turkeys, Emus, Guinea Fowl, Ostriches, Partridges, Peafowl, Pheasants, Quails, Swans. Storey Publishing.
Gail Damerow (2012). The Chicken Encyclopedia: An Illustrated Reference. Storey Publishing.
Horst Schmidt (1996). Rashoenders. Zuidboek.
Sebright Bantam. https://chickenfans.com/sebright-chicken/ (Geraadpleegd 2025).
Kleindierliefhebbers Nederland (2021). Sebrightkriel Standaard.
Victorian Poultry Fanciers Association Limited (2011). Australian Poultry Standards. Victorian Poultry Fanciers Association Limited.
Sebright Bantam. https://bantams.net/sebright (Geraadpleegd 2026).