Tiense vechtkrielen
Tiense vechter
De Tiense vechtkriel is een hooggestelde Belgische showkriel met sterk opgerichte houding en witte loopbenen en tenen. Geen pigment in snavel, huid of benen. Type en bouw gaan voor kleur.
Kenmerken
Hooggesteld, langwerpig en krachtig bespierd. Sterk opgerichte houding. Witte snavel, witte tot rozeachtig witte benen. Waakzame, actieve scharrelaars. Bij de opfok vragen dominante dieren soms aparte groepen; eenmaal gerangschikt zijn ze vaak rustig te houden.
- Gewicht: Haan 1500-1700 g, hen 1200-1400 g.
- Ringenmaat: Haan 16 mm, hen 14 mm.
- Kam: Middelgrote erwtenkam met smalle basis, rood.
- Ogen: Oranjerood, hoog geplaatst onder overstekende wenkbrauwen.
- Benen: Lang, dik, krachtig, wit tot rozeachtig wit. Onbevederd.
Eileg
Matige legsters. Geen dubbeldoelras: type, houding en witte pigmentvrijheid staan voorop.
- Productie: Ongeveer 90-120 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Crème, rond de 40 g.
- Broedsheid: Meestal weinig.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken: de hen draagt de staart minder open, onder ongeveer 35°. Lange staartstuurveren die elkaar goed afdekken. Sporen bij de hen gelden als pluspunt. De haan toont meer sierbevedering en een staart rond 45°.
Klimaat
Winterhard. Ze scharrelen graag. Ruime uitloop en een droge nachtstal passen bij de lange, krachtige beenstand. Groeien relatief traag: pas rond 18 maanden volledig uitgegroeid.
Kleurslagen
Vormvogels: kleur en tekening komen op de tweede plaats. In de KLN-standaard is wit uitgewerkt: zuiver wit met voldoende glans. Gele tint of grauwe aanslag is een ernstige fout. Kenmerkend blijft altijd de witte snavel, witte huid en witte tot rozeachtig witte benen, ongeacht de veerkleur die in de praktijk soms voorkomt.
Geschiedenis
België. De krielvorm ontstond in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het grote ras, vroeger ook Brabantse vechter genoemd, komt uit de driehoek Brabant-Limburg-Luik, vooral rond Tienen. Ten opzichte van de Luikse vechtkriel is het verschil vooral pigment: Tiense wit tot rozeachtig wit aan snavel en benen, Luikse donkerder. Show- en sierras om houding en type.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Kop: Krachtig, forse brede vlakke schedel, overstekende wenkbrauwen. Gezicht onbevederd, helder rood.
- Snavel: Krachtig, gebogen, wit.
- Kinlellen: Zo klein mogelijk, liefst ontbrekend. Keelwam duidelijk aanwezig.
- Hals: Lang, krachtig, licht gebogen. Halsbehang tot op schouders en rug.
- Rug en zadel: Breed, vlak, sterk afhellend. Zadelbehang vult de overgang naar de staart.
- Borst: Breed, hoog, tamelijk vlak, krachtig gespierd. Borstbeen zeer lang en diep.
- Vleugels: Krachtig, goed aangetrokken, schuin evenwijdig met het lichaam.
- Staart: Middellang, goed gevuld, ongeveer 45°, enigszins open. Sikkels weinig gebogen.
- Ernstige fouten: Te klein, geel pigment in snavel, benen of huid, verkeerde oogkleur, witte oorlellen, te horizontale rug, te dunne benen, smalle beenstand.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Tiense vechtkrielen.