Krielen KRIELEN

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Wyandotte krielen

Wyandotte

Verenigde Staten
crop_landscape Gebogen lijnen
favorite Rozekam
palette Veel kleurslagen
mood Kalm karakter

De Wyandottekriel is een middelzwaar dwerghoen met gebogen lijnen en rondingen. Enigszins achterwaarts gedragen hals en vrij volle bevedering geven een symmetrisch beeld. Rozekam, warme gele benen. Amerikaans ras; de krielvorm ontstond eind 19e eeuw in Engeland, met latere kleurslagen in Duitsland en bijdragen van Nederlandse fokkers.

Kenmerken

Middellang, breed en diep, overal goed gerond. Kalme, handzame scharrelaars die graag rondscharrelen.

  • Gewicht: Haan 1200-1300 g, hen 1000-1100 g.
  • Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
  • Kam: Rozekam, laag en stevig, ovaal, uitlopend in een doorn die de neklijn volgt. Helderrood.
  • Oorlellen: Langwerpig, glad, helderrood.
  • Benen: Middellang, krachtig, glad, warm geel. Onbevederd. Bij enkele kleurslagen enige aanslag op de benen van de hen toegestaan.

Eileg

Goede legsters. Geen dubbeldoelras: type, rozekam en kleurslag staan voorop.

  • Productie: Ongeveer 130-170 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Crème, rond de 40 g.
  • Broedsheid: Komt voor.

Hen vs haan

Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De haan toont meer zadelbehang en fraai gebogen sikkels over een korte, open staart. De hen heeft dezelfde geronde, symmetrische bouw met volle bevedering.

Klimaat

Winterhard. Ze scharrelen graag. Droge nachtstal houdt de rijke bevedering schoon. Let op te donsrijke of te losse bevedering bij de selectie.

Kleurslagen

Zeer breed kleurenassortiment in de KLN-standaard, onder meer meerzomig patrijs (ook blauw, zilver en rood), zalmkleur, goud- en zilver zwartgezoomd, goud blauwgezoomd, geel witgezoomd, columbia-slagen, roodporselein, zwart witgepareld, wit, zwart, blauw (ongezoomd), parelgrijs, buff en gestreept.

Geschiedenis

Amerika. De krielvorm ontstond eind 19e eeuw in Engeland. Verschillende kleurslagen werden begin 20e eeuw in Duitsland verder ontwikkeld. Nederlandse fokkers leverden ook een belangrijke bijdrage. Zwart behoort tot de oudere, populaire showkleuren; wit kwam via Engeland naar Duitse fokkers.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Vrij klein, kort en rond, schedeltop breed. Gezicht helderrood.
  • Snavel: Kort, goed gebogen. Geel of geelachtig hoornkleurig naar gelang de kleurslag.
  • Ogen: Vol, rond, oranjerood.
  • Hals: Kort, flink gebogen. Halsbevedering ruim over de schouders.
  • Rug en zadel: Middellang, breed. Zadel breed en vol, in een holle lijn oplopend naar de staart zonder hoek.
  • Borst: Breed, diep en rond.
  • Vleugels: Klein en kort, goed opgetrokken, horizontaal. Vleugeleinde afgedekt door zadelbehang.
  • Staart: Kort, open als een omgekeerde V, iets minder dan halfhoog. Sikkels matig lang, fraai gebogen.
  • Ernstige fouten: Te gedrongen of te langgerekt, grove kop, te korte of te slappe staart, te hoog of te laag gedragen staart, te krappe of te donsrijke bevedering.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Wyandotte krielen.

Vergelijkbare rassen