Krielen KRIELEN

Foto door Opzwartbeek, CC BY-SA 4.0

Assendelfter krielen

Assendelfter

Nederland
public Nederlandse herkomst
egg Romig witte eieren
local_fire_department Actieve scharrelaar
straighten Rozekam & peltekening

De Assendelfter kriel is een licht, levendig dwerghoen uit Noord-Holland: rozekam, leiblauwe poten en een typische peltekening. Een echte scharrelaar en nette legger van romig witte eieren.

Kenmerken

Een licht, slank landhoentype met een vrij hoog gespreide staart. Van voren iets opgericht, naar achteren weinig aflopend. Type herinnert aan Hollandse en Friese pelhoenders, met een staart die lager zit dan bij Friese en iets hoger dan bij Hollandse pelhoenders.

  • Gewicht: Haan ongeveer 0,65–0,70 kg, hen 0,55–0,60 kg.
  • Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 11 mm.
  • Kam: Rozekam met flink, grof en onregelmatig werk. Bij voorkeur kort tot middellang en breed, doorn die de neklijn enigszins volgt. Aan de kamvorm worden geen extreme eisen gesteld.
  • Oorlellen: Wit, amandelvormig. Iets rood aan de randen mag (vroeger normaal).
  • Benen: Onbevederd, leiblauw, vier goed gespreide tenen.

Erg beweeglijk en soms wat schuw. Ze willen ruimte om te scharrelen: vrije uitloop of een zeer ruime ren.

Eileg

Typische leghoenders. De leg is goed, maar vooral in voorjaar en winter.

  • Productie: Rond de 180 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Romig wit, ongeveer 40 g.
  • Broedsheid: Komt sporadisch voor. Als kloek zijn ze niet erg betrouwbaar.

Hen vs haan

De haan is groter, met een forsere rozekam en hoog gedragen staart met gebogen sikkels. De hen heeft een voller achterlijf. Bij haar let je op fouten als een te rode grondkleur of hoefijzertekening op de borst.

Klimaat

Winterhard en weinig veeleisend. Een droog, tochtvrij hok is genoeg. Het echte probleem is niet de kou, maar te weinig ruimte: deze dwerghoenders willen bewegen en scharrelen.

Kleurslagen

De peltekening is wat grover dan bij Friese hoenders.

  • Zilverpel: Zilverwitte grondkleur, pelling iets fijner dan bij geelpel.
  • Geelpel: Vroeger goudpel genoemd. Sinds 1996 geelpel, omdat de kleur lichter is dan klassiek goud. Grondkleur geel met zwarte pel.
  • Citroenpel: Bij de kriel erkend: citroengeel met zwarte pel.

Historisch heetten ze ook boerengeeltjes. Lokale namen waren Bijltjes (zwaar getekend) en Eiergelen. Sommige lijnen waren autosexend: zilverpel haantjes werden als eendagshennetjes verkocht.

Geschiedenis

Afkomstig uit Noord-Holland, waarschijnlijk rond Assendelft in de Zaanstreek. Vermoedelijk voorloper van de gepelde Hollandse hoenders. In het Poultry Book van Wingfield en Johnson (1853) staan Hollandse goudpellen die al op het huidige type lijken. Via markten in Purmerend, Alkmaar en Amsterdam gingen veel Noord-Hollandse gepelden naar Engeland.

De kriel is in de jaren zeventig gemaakt door J.L. Meier uit Den Helder, uit Assendelfter groothoen en Friese krielen. Het grote ras was een leghoen. Deze dwerghoenders houd je voor eieren, peltekening en Nederlands erfgoed, niet als dubbeldoelras.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Romp: Middellang, van voren iets opgericht, weinig aflopend, matig diep en breed, naar de staart smaller.
  • Snavel: Middellang, iets gebogen, blauwachtig hoornkleurig.
  • Hals: Middellang, vrij opgericht.
  • Rug en zadel: Middellang, iets aflopend. Zadelbehang goed ontwikkeld.
  • Borst: Vrij breed, goed naar voren en tamelijk hoog.
  • Vleugels: Lang, goed aangetrokken, iets schuin naar beneden. Niet voorbij het lichaam.
  • Staart: Flink, hoog gedragen, stuurveren breed en gespreid. Geen eekhoornstaart.
  • Ernstige fouten: Te kleine, te smalle of te grove bouw, wit in het gezicht, afwijkende beenkleur.

Bronnen

Horst Schmidt (1996). Rashoenders.

Rüdiger Wandelt & Josef Wolters (1995). Handboek Rashoenders.

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Assendelfter krielen.

Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.

Vergelijkbare rassen