Hollandse krielen
Dutch Bantam
De Hollandse kriel is een van de kleinste echte krielenrassen zonder grote tegenhanger: kort, van voren opgericht, met witte oorlellen en een volle opgerichte staart. Actief, alert en sinds 1906 erkend in Nederland.
Kenmerken
Echte kriel zonder groot ras. Tamelijk kort van bouw, nauwelijks middelhoog gesteld, met vrij ruime, glad aanliggende bevedering en goed ontwikkelde sierveren. Van voren opgericht zonder dat het lichaam naar achteren lijkt te hellen.
- Gewicht: Haan 500-550 g, hen 400-450 g.
- Ringenmaat: Haan 10 mm, hen 9 mm.
- Kam: Enkelvoudig, vrij klein, vier tot zes kampunten (bij voorkeur vijf), helderrood. De kamhiel loopt iets op naar achteren.
- Oorlellen: Betrekkelijk klein, zuiver wit, langwerpig rond tot breed amandelvormig. Glacé-achtig wit of sterk rood is fout.
- Ogen: Oranjerood tot bruinrood.
- Benen: Vrij kort, onbevederd, vier tenen. Kleur naar gelang de veerkleur (bij patrijsvarianten vaak leiblauw).
Actief, alert en goede vliegers. Ze scharrelen graag als er uitloop is.
Eileg
Nette legsters voor zo'n klein dwerghoen. Verwacht geen boerenerfproductie, wel een betrouwbare stroom kleine witte eieren in het seizoen.
- Productie: Ongeveer 140-180 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Wit, rond de 28-32 g.
- Broedsheid: Meestal niet erg broeds. Voor nakweek is een broedmachine of een andere broedse hen handig.
Hen vs haan
De haan heeft rijk hals- en zadelbehang, flink gebogen sikkels en een volle, gespreide staart. De hen is iets voller in de buik. Verder vooral secundaire geslachtskenmerken: kleinere kam en kinlellen, kortere sierveren.
Klimaat
Winterhard genoeg voor een gematigd klimaat, maar klein formaat vraagt droge, tochtvrije nachtverblijven. Natte, modderige rennen vermijden. Bij vorst de kam in de gaten houden. Ze scharrelen graag bij gunstig weer.
Kleurslagen
Een van de rijkste kleurenpaletten onder de dwerghoenders. Patrijs en verwanten (geelpatrijs, blauwpatrijs, zilverpatrijs, blauwzilver, koekoekpatrijs, witpatrijs, roodgeschouderd) vormen de klassieke kern. Daarnaast onder meer tarwe, kwartelvarianten, columbia, porselein, citroenporselein, zwart witgepareld, wit, zwart, blauw, parelgrijs, buff en koekoek.
Bij de patrijsvarianten zijn snavel en loopbenen doorgaans leiblauw.
Geschiedenis
Oorspronkelijk Nederlands ras, in 1906 erkend. Al langer aanwezig als kleine sierkriel rond boerderijen en steden. Later wereldwijd verspreid als show- en hobbyras. Geen grote tegenhanger: dit is een echte kriel, geen verkleind groothoen.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Romp: Gedrongen, breed, naar achteren smaller wordend.
- Kop: Naar verhouding vrij klein. Gezicht helderrood, spaarzaam bedekt met haarachtige veertjes.
- Hals: Vrij kort, fraai naar achteren gebogen, rijk halsbehang tot op rug en schouders.
- Rug en zadel: Zeer kort, iets aflopend, in een kortronde holle lijn oplopend naar de staart. Zadel kort en breed met lange zadelbehangveren.
- Borst: Hoog en sterk naar voren gedragen, vol, breed, fraai gerond.
- Vleugels: Naar verhouding groot en lang, schuin achterwaarts omlaag, zonder de grond te raken. Vleugeleinden naderen elkaar onder het lichaam.
- Staart: Opgericht tot enigszins hoog, gespreid, vol bevederd, met flink gebogen sikkels.
- Dijen: Kort, goed uit elkaar, van voren bijna evenwijdig.
- Ernstige fouten: Lange smalle bouw, te veel aflopende houding, te hoge beenstelling, te krappe bevedering, grote glacé-achtige of sterk roodgetinte oorlellen, afwijkende beenkleur, samengevouwen staart, krulvorming in hals en zadel, bij de hen geen naar voren gedragen borst, te lange rug en te korte staart.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Hollandse krielen.
Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.
Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH). SZH - Rassen hoenders. https://szh.nl/rassen/hoenders/.