Krielen KRIELEN

Foto door krielen.be

Australorp krielen

Aussies

Australië
public Australische wortels
egg Goede bruine eieren
heart_smile Kalm & zachtaardig
thermostat Winterhard

De Australorp-kriel is een kalme, vriendelijke kriel met een stevige bouw en glanzend verenkleed. Bekend om nette bruine eieren en een handzaam karakter: prettig in de achtertuin én op de show.

Kenmerken

Een levendig, middelgroot dwerghoen: middellang, niet te diep, met horizontale houding. Stevig zonder plomp te worden.

  • Gewicht: Haan ongeveer 1,2–1,3 kg, hen 0,9–1,0 kg.
  • Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
  • Kam: Enkelvoudig, middelgroot, rechtop, bij voorkeur vijf tanden. Kamhiel volgt de neklijn zonder die te raken.
  • Kop: Van boven fraai gerond, breed. Oorlellen zuiver rood. Ogen groot en levendig.
  • Benen: Nauwelijks middellang, onbevederd, vier tenen, witte voetzolen. Kleur afhankelijk van de slag (zwart bij zwart, leiblauw bij wit).
  • Bevedering: Glanzend, stevig maar zacht, zonder overmatig dons.

Kalm, vriendelijk en handzaam. Actieve scharrelaars die ook een ren goed aankunnen.

Eileg

Ze erven de goede leg van het groothoen. Ook in koelere maanden leggen ze vaak nog door.

  • Productie: Ongeveer 150–180 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Bruin, rond de 40 g.
  • Broedsheid: Goede broedsters en toegewijde moeders.

Hen vs haan

De haan is groter, met een forsere kam, rijker hals- en zadelbehang en sikkels die de staart volledig bedekken. De hen is kleiner en voller in het achterlijf. Verder vooral secundaire geslachtskenmerken.

Klimaat

Winterhard en robuust. De volle, zachte bevedering isoleert goed. Extreme vochtigheid en tocht vermijd je wel. Ze scharrelen graag, maar doen het ook prima in een ruime ren. Een droog, goed geventileerd hok is genoeg.

Kleurslagen

In Nederland vooral:

  • Zwart: Groenglanzend zwart, dofzwart dons. Snavel en poten zwart. Ogen bruinzwart.
  • Blauw gezoomd: Leiblauw met donkere zoom.
  • Wit: Zuiver wit. Snavel en poten leiblauw. Ogen roodbruin tot donkerbruin.

Splash komt genetisch voor bij blauw × blauw, maar is niet overal erkend. In Australië is vaak alleen zwart standaard.

Geschiedenis

Het grote ras ontstond begin 20e eeuw in Australië uit Britse Orpingtons. Het doel was een productief dubbeldoelras: veel eieren én vlees. De naam is een samentrekking van Australian Orpington.

De kriel ontstond omstreeks 1930 in Engeland. Rond 1960 werd die in Nederland verder gefokt met Langshan- en Orpington-krielen. Deze dwerghoenders houd je voor eieren, karakter en show, niet als vlees- of dubbeldoelras.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Romp: Middellang, niet te diep, horizontale houding.
  • Hals: Vrij lang, iets gebogen. Overvloedig halsbehang tot op de schouders.
  • Rug en zadel: Matig lang, breed, iets aflopend van schouders tot middenrug. Zadelbehang goed ontwikkeld.
  • Borst: Vol, goed gerond, flink naar voren.
  • Vleugels: Middellang, opgetrokken, rustend op de flanken. Tippen niet voorbij het lichaam.
  • Staart: Vrij groot, middelhoog, gespreid. Stuurveren niet te lang. Sikkels en dekveren bedekken de staart volledig.
  • Ernstige fouten: Te gedrongen bouw, te grote of te bolle kop, te weinig kinlelontwikkeling, te grote of te laag gedragen vleugels, te losse of te donsrijke bevedering. Bij de hen: sterke zadelkussenvorming in de overgang rug–staart.

Bronnen

American Poultry Association (2023). The American Standard of Perfection.

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Australorp krielen.

Chicken Fans. Australorp Chicken: Temperament, Eggs and Care Guide. https://chickenfans.com/australorp-chicken/ (Geraadpleegd 2025).

Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.

Allonby, J. Ian H. and Philippe B. Wilson, eds. (2018). British Poultry Standards. Wiley.

Vergelijkbare rassen