Burma krielen
Burmese Bantam
De Burma-kriel is een korte, brede echte kriel met baard, kleine kuif, tweehoornige kam, gierhakken en voetbevedering. Geldt als oervorm van onder meer de Nederlandse sabelpoot. Na uitsterven na 1990 in Nederland opnieuw gecreëerd.
Kenmerken
Vrij korte, brede, gedrongen kriel. Baard, kleine kuif, gierhakken, voetbevedering en een tweehoornige kam. Vooral klein, zonder overdrijving.
- Gewicht: Haan 750-900 g, hen 600-700 g.
- Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
- Kam: Tweehoornig, vrij klein, levendig rood. Hoorntjes groeien enigszins uit elkaar, staan iets in de kuif, kegelvormig dunner toelopend.
- Kuif: Nauwelijks middelgroot, vrij vast, volgt de schedellijn naar achteren. Ogen blijven vrij. Geen schedelknobbel.
- Baard: Driedelig, vol. Kinlellen klein, deels bedekt. Oorlellen rood, onder de bakkebaarden.
- Benen: Kort, stevig, geel, sterk bevederd. Flinke gierhakken. Buitenteen goed bevederd. Bij zwart is donkere aanslag op de poten toegestaan als de voetzolen geel blijven.
Actief en waakzaam. Ze scharrelen graag, mits de poten droog blijven.
Eileg
Vooral sier. Concrete legcijfers zijn schaars, maar als echte kriel blijft de productie bescheiden.
- Productie: Geschat rond 100 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Wit of crème, rond de 30 g.
- Broedsheid: Niet altijd beschreven. Geen dubbeldoelras.
Hen vs haan
De haan heeft sabelvormige sikkels die iets voorbij de stuurveren reiken, en een vrij hoog gedragen staart. De hen heeft bredere, meer afgeronde baard- en kuifveren, waardoor baard en kuif voller ogen.
Klimaat
Bevederde poten vragen droge strooisel. Een droge, tochtvrije stal is verstandig. Ze zijn actief en kunnen onderling fel zijn: genoeg ruimte, en soms aparte huisvesting voor hanen, helpt. Door het kleine formaat passen ze ook in een begrensde ren, mits ze kunnen scharrelen.
Kleurslagen
De standaardkleur is zwart: groenglanzend zwart bovengevederte, dofzwart dons. Lichtere donskleur is toegestaan. Bij hanen mag dons in het halsbehang bijna wit zijn, zolang het van buiten niet zichtbaar is.
Geschiedenis
De oorspronkelijke Burma-kriel zou uit Birma (Myanmar) komen en geldt als oervorm van enkele echte krielen, zoals de Nederlandse sabelpootkriel. Nadat het ras volledig verdween, is het na 1990 in Nederland opnieuw gecreëerd met hulp van diverse krielenrassen. De fok richt zich op herstel van type: baard, kuif, tweehoornige kam en gierhakken.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Romp: Vrij breed en diep, naar achteren smaller. Achterdeel vrij diep.
- Hals: Vrij kort, licht gebogen, enigszins naar achteren. Rijk halsbehang.
- Rug en zadel: Toont kort door het halsbehang. Vrij breed over de schouders, korte holle lijn naar de staart.
- Borst: Breed, diep, fraai gerond, enigszins naar voren.
- Vleugels: Groot, vrij lang, laag gedragen. Onderzijde rust min of meer tegen de gierhakken.
- Staart: Middelgroot, gespreid, vrij hoog. Sikkels sabelvormig. Te steil is fout.
- Ernstige fouten: Smalle bouw, grote kuif, schedelknobbel, te sterk ontwikkelde kam of kinlellen, te steile staart, te weinig baard, te weinig voetbevedering, ontbrekende gierhakken.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Burma krielen.
Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.