Krielen KRIELEN

Foto door krielen.be

Eikenburger krielen

Eikenburger Kriel

Nederland
female Hennenvederig
stars Rozekam
psychology Sebright-achtig type
palette Leiblauwe poten

De Eikenburgerkriel is een klein, hennenvederig en parmantig dwerghoen in Sebright-achtig type, zonder zoomtekening. Witte of zwarte zelfkleur, rozekam en leiblauwe poten. In 1977 voor het eerst geëxposeerd.

Kenmerken

Klein, hennenvederig, levendig en parmantig. Bouw doet duidelijk aan Sebright-krielen denken, waar het ras voor een belangrijk deel van afstamt. Geen zoomtekening: egale zelfkleur.

  • Gewicht: Haan 600-650 g, hen 500-550 g.
  • Ringenmaat: Haan 11 mm, hen 9 mm.
  • Kam: Rozekam, middelgroot, tamelijk vierkant van voren, stevig recht op de kop. Bovenvlak flauw gewelfd met kleine puntjes. Kamdoorn middellang, fijne punt die naar achteren enigszins oploopt. Rood of purperrood.
  • Oorlellen: Ovaal, levendig rood tot purperrood. Enig wit is toegestaan, veel wit is fout.
  • Ogen: Bruinoranje tot oranje.
  • Benen: Vrij kort, glad, leiblauw, vier tenen. In actie verheft het dier zich enigszins op de tenen.

Hennenvederig: geen hals- of zadelbehang en geen sikkels bij de haan. Ze scharrelen graag, maar blijven compact genoeg voor een kleinere tuin.

Eileg

Vooral een sierras. Voor zo'n klein dwerghoen is de eileg redelijk, geen dubbeldoelproductie.

  • Productie: Ongeveer 100-120 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Wit tot crème, rond de 30 g.
  • Broedsheid: Meestal niet vaak broeds.

Hen vs haan

Door hennenvederigheid lijken haan en hen meer op elkaar dan bij de meeste rassen. Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. Bij de haan mogen de bovenste staartstuurveren iets gebogen zijn en een paar centimeter langer reiken, mits breed en goed gerond. Kam en kinlellen zijn groter. Bij de hen is de kleur van gezicht en kopversierselen doorgaans iets donkerder.

Klimaat

Matig winterhard. De rozekam heeft minder vorstproblemen dan een hoge enkelvoudige kam, maar het kleine formaat vraagt een droge, tochtvrije stal. Ze scharrelen graag bij gunstig weer.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: wit (zuiver wit met voldoende glans) en zwart (groenglanzend zwart, dons dofzwart). Snavel blauwachtig hoornkleurig, poten leiblauw.

Geschiedenis

Nederlands ras, in 1977 voor het eerst geëxposeerd. Ontstaan rond Pensionaat Eikenburg in Eindhoven, met Sebright-invloed voor type en hennenvederigheid. Een echte kriel zonder grote tegenhanger, gehouden als sierdwerghoen.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Romp: Kort en breed.
  • Kop: Middelgroot, breed, iets bolle wangen. Gezicht glad, levendig rood tot purperrood.
  • Snavel: Kort, licht gebogen, blauwachtig hoornkleurig.
  • Hals: Vrij kort, goed gebogen en flink naar achteren gedragen. Geen halssierveren.
  • Rug en zadel: Rug kort en breed tussen de schouders, smaller naar achteren. Zadel in een kortronde holle lijn naar de staart. Geen zadelbehang.
  • Borst: Breed, vol, goed gerond, goed naar voren en vrij hoog gedragen.
  • Vleugels: Groot, laag gedragen, slagpennen breed.
  • Staart: Groot, vol, vrij hoog en gespreid. Staartdekveren breed en recht. Sikkels ontbreken geheel.
  • Ernstige fouten: Smalle bouw, lange rug, te langgerekt type, weinig naar voren gedragen borst, lange dunne opgerichte hals, slecht gevormde kam, hoge beenstelling, smalle bevedering, samengevouwen staart, sikkelvorming bij de haan, veel wit in de oren.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Eikenburger krielen.

Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.

Stichting Zeldzame Huisdierrassen. Eikenburger kriel | Bedreigd Nederlands Ras. https://szh.nl/dieren/kip/eikenburger-kriel/ (Geraadpleegd 2025).

Vergelijkbare rassen