Chabo's
Japanse krielen
De Chabo is een zeer oud echt krielenras: extreem korte poten, schuifelende gang, hoog gedragen staart en een haarspeldvormige ruglijn. Meer dan 400 jaar in Europa. Waarschijnlijk via China naar Japan, daar tot eigen type gevormd.
Kenmerken
Wijkt sterk af van andere hoenderrassen. Alleen als kriel. Zeer korte poten, buik nauwelijks vrij van de grond, vleugeleinden raken de grond. Schuifelende gang. Staart zeer hoog, maar geen eekhoornstaart. Bij hanen raken staart en kam elkaar vaak.
- Gewicht: Haan 625-725 g, hen 575-625 g. Kleinheid is bij Chabo's geen eerste eis.
- Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 11 mm.
- Kam: Enkelvoudig, naar verhouding groot, stevig, grove tanden. Bij grootkammige hanen tot circa 13 cm lang en 7 cm hoog.
- Benen: Zeer kort, tamelijk dik, nauwelijks zichtbaar, geel. Voetzolen geel. Bij zwarte slagen mag donkere aanslag, mits voetzolen geel blijven.
Fokrichtlijn kortbenigheid: de factor is intermediair en in fokzuivere toestand letaal. Paar langpotige (normale beenlengte) met kortpotige dieren. Geen voorkeur welk geslacht langbenig is.
Ook erkend: krulvederig, zijdevederig, bolstaart, grootkammig, zwartkoppig en gebaard. Voor krul: altijd glad × krul, niet krul × krul.
Eileg
Bescheiden legsters. Geen dubbeldoelras: type, staart en beenstelling staan voorop.
- Productie: Ongeveer 75-100 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Geel tot crème, rond de 28 g.
- Broedsheid: Vaak sterk broeds en zorgzame moeders.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig typeverschil. De haan heeft lange, weinig gebogen sikkels die flink boven de kam uitsteken. Bij de hen mag de kam rechtop staan of van achteren naar één zijde omvallen. Bij grootkammige hennen ligt de kam dubbel gevouwen op de voorkop.
Klimaat
Matig winterhard. Korte poten en lage vleugels maken natte, modderige rennen problematisch. Droge, schone huisvesting is essentieel. Grote kammen kunnen bij vorst bevriezen. Ze scharrelen graag, maar het best op droge ondergrond.
Kleurslagen
Breed palet. Iconisch zijn wit zwartstaart en geel zwartstaart (plus blauwstaart-varianten). Daarnaast onder meer wit, zwart, blauw, buff, koekoek, zwart witgetoept, porselein, witpatrijs, meerzomig patrijs, tarwe- en berkenvarianten. Zwartkoppige Chabo's hebben purperzwarte kopversierselen en zwarte poten.
Geschiedenis
Zeer oud krielras, al meer dan 400 jaar in Europa. Waarschijnlijk uit China naar Japan gebracht, daar tot eigen type gevormd. Op 17e-eeuwse Nederlandse schilderijen komen al Chabo-achtige dwerghoenders voor. Een echte kriel zonder grote tegenhanger.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Houding: Gedrongen, laag gesteld, borst goed afgerond, kop en hals tamelijk opgericht.
- Romp: Kort, diep en gedrongen. Achterdeel kort bevederd.
- Kop: Groot, breed, duidelijk gemarkeerde overgang naar de nek.
- Snavel: Kort, krachtig, licht gebogen, geel.
- Hals: Kort, gedrongen, rijk bevederd, goed gebogen en ver naar achteren.
- Rug en zadel: Zeer kort en breed. Van terzijde een smalle U: hals en staart vormen de haarspeldvorm.
- Borst: Breed, vol en rond, diep, iets opgericht.
- Vleugels: Groot, breed, zo diep dat de punten van de kleine slagpennen de grond raken.
- Staart: Zeer groot, rechtop, enigszins gespreid. Mag iets door de loodlijn heenbuigen zonder eekhoornstaart te worden.
- Dijen: Benedendijen zeer kort en niet zichtbaar.
- Ernstige fouten: Te hoge beenstelling, te lange rug, te opgerichte of te diep naar voren gedoken houding, veel te kleine kopversierselen, smalle of ondiepe borst, hoog gedragen vleugels.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Chabo's.
Verhoef, E. Rijs, A. (2001). Geïllustreerde Hoender Encyclopedie. Rebo Productions.