Luikse vechtkrielen
Liège Fighter
De Luikse vechtkriel is een vrij hoog gesteld, breed en krachtig Belgisch dwerghoen met weinig afhellende rug. Na bijna te zijn verdwenen werd rond 1965 opnieuw met terugfokken begonnen. Type en grootte gaan voor kleur.
Kenmerken
Vrij hoog gesteld, breed en krachtig, met slechts weinig afhellende rug. Markante schouders zijn het breedste deel van de iets langwerpige romp.
- Gewicht: Haan 1700 g, hen 1400 g.
- Ringenmaat: Haan 16 mm, hen 14 mm.
- Kam: Kleine, laag geplaatste erwtenkam, bij voorkeur purperrood.
- Ogen: Diepliggend, hoog in de schedel, donkerbruin, uitdagende uitdrukking.
- Benen: Lang en krachtig, donkerblauw. Achterteen moet op de grond rusten.
Bevedering krap en hard, weinig dons. Zelfverzekerd type. Hanen onderling beter apart houden. Met mensen vaak rustig om te gaan.
Eileg
Matige legsters. Geen dubbeldoelras: type, stelling en grootte staan voorop.
- Productie: Ongeveer 80-120 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Wit tot getint, rond de 35 g.
- Broedsheid: Weinig tot niet.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De hen draagt de staart iets hoger. Spoorvorming is ook bij de hen gewenst. De haan toont het volle type met markante schouders en staart onder ongeveer 45 graden.
Klimaat
Zeer winterhard. Krappe bevedering isoleert weinig, dus een droge nachtstal blijft prettig. Ze scharrelen graag. Ruime ren helpt bij hun hoge stelling en actieve aard.
Kleurslagen
In de KLN-standaard onder meer goudberken, blauwgoudberken, berken, blauwberken, wit, zwart en blauw. Bij de beoordeling gaan type en grootte voor. Donker pigment in de huid wordt niet als fout aangerekend.
Geschiedenis
België. Na vrijwel geheel verdwenen te zijn geweest is ongeveer in 1965 een begin gemaakt met het terugfokken van dit krielras. Een show- en sierras, gehouden om type en stelling.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Kop: Lang en breed, vlakke schedel, sterk overstekende wenkbrauwen. Gezicht bij voorkeur purperrood.
- Snavel: Krachtig, goed gebogen, donker hoornkleurig.
- Kinlellen: Zo klein mogelijk, keelwam duidelijk aanwezig.
- Oorlellen: Zeer klein, donkerrood tot purperrood.
- Hals: Lang, krachtig, iets gebogen.
- Rug en zadel: Breed en vlak, iets afhellend, zadel duidelijk smaller.
- Borst: Breed en gespierd, iets naar voren en vrij hoog.
- Vleugels: Krachtig, niet te lang, goed aangesloten.
- Schouders: Hoekig, enigszins hoog gedragen.
- Dijen: Lang, goed gespierd, hielgewricht iets gebogen.
- Ernstige fouten: Smalle, weinig gespierde bouw, lichte ogen, witte oorlellen, geel pigment in snavel, loopbenen of huid.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Luikse vechtkrielen.