Marans krielen
Marans
De Maranskriel is een vrij fors krielhoen met middellange, gestrekte lichaamsvorm en vrijwel horizontale houding. Bekend om donkerbruine eieren. Voor het eerst erkend in Engeland in 1946.
Kenmerken
Vrij fors, middellang gestrekt, nauwelijks middelhoog gesteld. Lichaam vrijwel horizontaal. Goed aangesloten bevedering. Loopbenen licht bevederd aan de buitenzijde en aan de buitenteen.
- Gewicht: Haan 1100-1300 g, hen 900-1100 g.
- Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
- Kam: Enkel, middelgroot, rechtop, vijf tot zeven kampunten. Kamhiel volgt de neklijn niet.
- Oorlellen: Middelgroot, rood.
- Ogen: Oranjerood.
- Benen: Wit of vleeskleurig wit, licht bevederd.
Actieve, levendige scharrelaars die graag rondscharrelen.
Eileg
Sterke legsters, vooral gewild om de donkerbruine eischaal. Geen dubbeldoelras: eieren en type staan voorop.
- Productie: Ongeveer 140-180 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Donkerbruin tot chocoladebruin, rond de 40 g.
- Broedsheid: Kan voorkomen, meestal matig.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. Bij de hen mag het achterste deel van de kam iets omvallen. De haan heeft middellange sikkels en een middelhoog gedragen staart die goed aansluit op het zadelbehang. Bij zwart koperhalzig is rug en schouders van de haan roodkoperkleurig.
Klimaat
Winterhard. Droge stal houdt de lichte beenbevedering schoner. Ze scharrelen graag en doen het goed met vrije uitloop.
Kleurslagen
In de KLN-standaard: zwart koperhalzig. Zwarte lichaamsbevedering, hals- en zadelbehang van de haan en halskraag van de hen koperrood gezoomd. Loopbenen wit, grijze aanslag toegestaan zonder zwarte schubben. Elders komen meer kleuren voor, maar die staan hier niet in de KLN-lijst.
Geschiedenis
Dwergvorm van het Franse Marans-hoen, voor het eerst erkend in Engeland in 1946. Een show- en legkriel, gehouden om type en vooral om de donkere eieren.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Romp: Breed en diep, vrijwel horizontaal.
- Kop: Middelgroot, niet grof. Gezicht glad, vrijwel onbevederd, levendig rood.
- Snavel: Vrij krachtig, licht gebogen, vleeskleurig (enige donkere aanslag toegestaan).
- Hals: Middellang, krachtig, licht gebogen. Halsbehang tot op de schouders.
- Rug en zadel: Lang en breed, vlak, weinig aflopend. Zadel sluit met kortholle lijn aan bij de staart.
- Borst: Breed en diep met lang borstbeen.
- Vleugels: Vrij kort, krachtig, vrijwel horizontaal en aangesloten.
- Staart: Matig ontwikkelde stuurveren, middelhoog. Sikkels middellang.
- Ernstige fouten: Onvoldoende diep, sterk opgerichte houding of sterk afhellende rug, afwijkende beenkleur, onbevederde loopbenen, witte oorlellen, zeer donkere oogkleur.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Marans krielen.