Krielen KRIELEN

Foto door Shutterstock

Foto door Shutterstock

Foto door Shutterstock

Welsumer krielen

Welsumer

Nederland
rectangle Diepe, volle bouw
egg Donkerbruine eieren
palette Roodpatrijs
straighten Warme gele benen

De Welsumerkriel is een tamelijk fors dwerghoen, in voorkomen tussen middelzware en lichte krielrassen. Speciaal de hennen tonen vol door een diep, vol achterlijf. Bekend om relatief grote, donkerbruine eieren. De krielvorm verscheen eerst op Engelse tentoonstellingen.

Kenmerken

Diep, middellang lichaam met flink ontwikkelde buik. Vrijwel horizontale houding. Actieve, vriendelijke scharrelaars die graag rondscharrelen.

  • Gewicht: Haan 1100-1200 g, hen 900-1000 g.
  • Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
  • Kam: Enkel, vrij klein, rechtop, vijf of zes tanden, levendig rood.
  • Oorlellen: Vrij klein, langwerpig, levendig rood.
  • Benen: Middellang, krachtig, glad geschubd, warm geel. Onbevederd.

Eileg

Goede legsters, vooral gewaardeerd om de donkerbruine eischaal. Geen dubbeldoelras: type en eikleur staan voorop.

  • Productie: Ongeveer 140-180 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Donkerbruin, relatief groot voor een kriel, rond de 40-45 g.
  • Broedsheid: Meestal weinig.

Hen vs haan

Bij de hen zijn rug en zadel vrij lang, breed en horizontaal, zonder zadelkussen, in een holle lijn oplopend naar de staart. De vrij korte staart wordt middelhoog en nauwelijks gespreid gedragen. De haan toont meer zadelbehang en gebogen sikkels.

Klimaat

Winterhard en vitaal. Ze scharrelen graag. Droge nachtstal en voldoende ruimte houden type en gevederte in orde.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: roodpatrijs. Kop en halsbehang goudbruin, rug diep rood, staart zwart met groenglans, borsttekening volgens de patrijsstandaard. Elders komt ook geelpatrijs voor.

Geschiedenis

De krielvorm verscheen eerst op Engelse tentoonstellingen. Rond 1930 begonnen fokproeven met grote Welsumerhennen en patrijskleurige Duitse krielhanen. Later hielpen onder meer Rhode Island- en Leghornkrielen type en kleur vast te leggen. Officiële erkenning volgde in 1947. Het grote ras blijft verbonden met Welsum in Nederland.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Klein in verhouding tot het lichaam. Gezicht levendig rood.
  • Snavel: Middellang, stevig, enigszins gebogen. Geel met iets hoornkleurige aanslag op de bovensnavel.
  • Ogen: Groot, oranjeachtig roodbruin.
  • Hals: Middellang, enigszins naar voren. Halsbehang tot op de schouders.
  • Rug en zadel: Middellang, breed, vrijwel horizontaal. Zadel breed met vol zadelbehang.
  • Borst: Breed, vrij diep, goed gerond.
  • Vleugels: Goed aangesloten, horizontaal. Vleugelpunten onder het zadelbehang.
  • Staart: Goed ontwikkeld, vrij hoog. Sikkels goed gebogen, nauwelijks voorbij de stuurveren.
  • Ernstige fouten: Sterk aflopende houding, grove kop, te smalle of ondiepe bouw, wit in de oorlellen, sterk afwijkende oogkleur.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Welsumer krielen.

Vergelijkbare rassen