Rhode Island Red krielen
Zwerg-Rhode Island
De Rhode Island Red-kriel is een middelfors krielhoen met horizontale, enigszins rechthoekige lichaamsbouw. Het lichaam toont nog langer door de iets naar voren gerichte hals en sterk achterwaarts gedragen staart. Erkend met enkele- en met rozekam. Amerika; als krielvorm ontstaan in Engeland in 1910.
Kenmerken
Lang, matig diep, enigszins afgerond rechthoekig. Horizontale houding. Hals iets naar voren, staart sterk achterwaarts.
- Gewicht: Haan 900-1000 g, hen 800-900 g.
- Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
- Kam: Enkel (middelgroot, vijf kampunten) of rozekam met ronde doorn, helderrood.
- Oorlellen: Langwerpig, levendig rood.
- Ogen: Roodachtig bruin.
- Benen: Middellang, glad, warm geel met een zweem van roodachtig hoornkleurige tint.
Vriendelijke, actieve scharrelaars die graag rondscharrelen.
Eileg
Sterke legsters. Geen dubbeldoelras in krielvorm: eieren en type staan voorop, ook al stamt het grote ras uit een nutstraditie.
- Productie: Vaak 160-200 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Lichtgeel tot bruinachtig, rond de 40 g.
- Broedsheid: Weinig tot niet.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De haan heeft een middellange staart, goed gespreid onder ongeveer 20 graden met de grond. Hoofd-, bijsikkels en staartdekveren dekken de stuurveren goed af. De hen toont dezelfde rechthoekige horizontale bouw in fijner formaat.
Klimaat
Winterhard. Ze scharrelen graag en doen het goed met uitloop. Droge, tochtvrije nachtstal blijft welkom, vooral voor grote kammen in vorst.
Kleurslagen
In de KLN-standaard: rood. Diep, gelijkmatig rood met de typische glans van het ras. Snavel roodachtig hoornkleurig.
Geschiedenis
Amerika; als krielvorm ontstaan in Engeland in 1910. Dwergvorm van het bekende Rhode Island Red-hoen, gehouden om type, kleur en leg.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Kop: Middelgroot, voldoende breedte, vrij diep, van boven meer vlak dan rond.
- Snavel: Middellang, licht gebogen, roodachtig hoornkleurig.
- Hals: Middellang, enigszins naar voren. Halsbehang rijk, flink over de schouders.
- Rug en zadel: Lang, matig breed, horizontaal. Zadelbehang middellang en overvloedig, geleidelijk overgaand in de staart.
- Borst: Matig diep, vol, goed gerond.
- Vleugels: Kort, vrijwel horizontaal, niet voorbij het lichaam.
- Schouders: Breed en gerond.
- Dijen: Fors, middellang, goed uit elkaar.
- Ernstige fouten: Te opgerichte houding met aflopende rug, te gedrongen bouw, te hoog gedragen staart, wit in de oorlellen, lichte oogkleur, veel te hoge of te lage beenstelling.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Rhode Island Red krielen.