Krielen KRIELEN

Foto door Camille Gillet, CC BY-SA 4.0

Foto door Kruppert, CC BY-SA 3.0

Minorca krielen

Menorca

Verenigd Koninkrijk
brightness_low Grote witte oorlellen
vignette Enkele- of rozekam
straighten Gestrekt type
egg Witte eieren

De Minorcakriel is een vrij hoog gesteld, tamelijk fors doch slank dwerghoen met enigszins opgerichte houding. Opvallend zijn de grote, zuiver witte oorlellen. Erkend met enkele- en met rozekam. Begin 20e eeuw in Engeland ontstaan.

Kenmerken

Vrij hoog gesteld, gestrekt: vrij lang, breed en diep. Opvallend zijn de grote, zuiver witte, zacht glanzende oorlellen.

  • Gewicht: Haan 1200-1300 g, hen 1000-1100 g.
  • Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
  • Kam: Enkel (groot, rechtop, bij voorkeur vijf tanden) of rozekam met rechte kamdoorn.
  • Oorlellen: Groot, breed aangezet, vlak aanliggend, zuiver wit.
  • Benen: Vrij lang, glad. Bij zwart donkerleiblauw met witte voetzolen.

Actieve, waakzame scharrelaars die graag rondscharrelen.

Eileg

Nette witteleggers. Geen dubbeldoelras: type, oorlellen en eieren staan voorop.

  • Productie: Ongeveer 120-160 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Wit, rond de 35 g.
  • Broedsheid: Weinig tot niet.

Hen vs haan

Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. Bij de enkelkammige hen staat het kamfront rechtop en valt het achterste deel om. De haan toont een groot, vol staartwerk met vrij brede, goed gebogen sikkels.

Klimaat

Matig winterhard. Grote kammen bij hanen vragen in vorst om een droge, tochtvrije nachtstal. Ze scharrelen graag en vliegen goed, dus hoge omheining helpt.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: wit, zwart, blauw, parelgrijs, buff en gestreept. Bij zwart: ogen donkerbruin tot bruinzwart, snavel zwart of zwartachtig hoornkleurig, loopbenen donkerleiblauw, bovengevederte groenglanzend zwart. Bij wit: ogen roodbruin, snavel rose-achtig wit.

Geschiedenis

Engeland, begin 20e eeuw. Dwergvorm van het Mediterrane Minorca-hoen, gehouden om het slanke type en de grote witte oorlellen op de show.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Middellang, breed en diep. Gezicht glad, rood, zonder haarveertjes.
  • Snavel: Stevig, vrij lang, fraai gebogen.
  • Kinlellen: Lang, glad, fraai gerond, rood.
  • Hals: Vrij lang, licht gebogen en opgericht, overvloedig halsbehang.
  • Rug en zadel: Lang, recht, vlak tussen de schouders, vrij breed, aflopend naar de staart.
  • Borst: Breed, vol, matig gerond, iets naar voren.
  • Vleugels: Groot, middellang, aangesloten zonder af te hangen.
  • Staart: Goed ontwikkeld, enigszins samengevouwen, stompe hoek met de ruglijn.
  • Ernstige fouten: Te veel rood in de oorlellen, veel wit in het gezicht, sterk afwijkende oorvorm, bij rozekam te brede kam die de neusgaten bedekt.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Minorca krielen.

Vergelijkbare rassen