Krielen KRIELEN

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Naakthalskrielen

Transsylvaanse naakthals

Duitsland
face Kale rode hals
vignette Enkele- of rozekam
ac_unit Winterhard
egg Nette legster

De naakthalskriel is een landhoentype met kale, rode onbevederde hals. Omstreeks 1890 in Duitsland gecreëerd met Duitse krielen en kleingebleven naakthalshoenders. Erkend met enkele- en met rozekam.

Kenmerken

Landhoentype met walsvormig gestrekte romp. Hals middellang, enigszins S-vormig, geheel onbevederd en levendig rood bij geslachtsrijpe dieren. Een klein veerkapje boven op de kop. Soms een toefje veren ter weerszijden van de benedenhals: toegestaan en gelijkwaardig beoordeeld.

  • Gewicht: Haan 750-800 g, hen 650-700 g.
  • Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 12 mm.
  • Kam: Enkel (middelgroot, bij voorkeur vijf kampunten) of rozekam met horizontale doorn.
  • Oorlellen: Iets langwerpig, rood.
  • Ogen: Oranjerood.
  • Benen: Middellang, glad, kleur bij de veerkleur.

Actieve, vriendelijke scharrelaars die graag rondscharrelen.

Eileg

Nette legsters. Geen dubbeldoelras: type en de typische naakthals staan voorop.

  • Productie: Ongeveer 100-140 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Wit tot licht getint, rond de 30 g.
  • Broedsheid: Weinig tot niet.

Hen vs haan

Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De hen is over het algemeen iets lichter rood van halskleur dan de haan. De haan heeft rijke hoofd- en bijsikkelveren, licht gebogen, onder ongeveer 40 graden met de grond.

Klimaat

Winterhard, ondanks de kale hals. In strenge vorst helpt een droge, tochtvrije nachtstal. Ze scharrelen graag en doen het goed met uitloop.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: wit, zwart, blauw gezoomd en koekoek. Het lichaam, de staart en de vleugels zijn normaal bevederd. De hals blijft kaal rood.

Geschiedenis

Duitsland. Omstreeks 1890 gecreëerd met Duitse krielen en kleingebleven naakthalshoenders. Een show- en sierras, herkenbaar aan de Transsylvaanse naakthals in krielmaat.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Enigszins rond, levendig rood. Schedeltop en achterschedel iets bevederd met een smal toelopend veertoefje.
  • Snavel: Krachtig, aan de punt iets gebogen.
  • Kinlellen: Rond en klein, levendig rood.
  • Hals: Geheel onbevederd behoudens het veerkapje. Krop onbevederd en zichtbaar.
  • Rug en zadel: Middellang, breed, iets gewelfd, aflopend naar het zadel. Goed zadelbehang.
  • Borst: Vol en breed.
  • Vleugels: Hoog en goed aansluitend.
  • Staart: Goed ontwikkeld, ongeveer 40 graden met de grond.
  • Ernstige fouten: Te gedrongen bouw, vederbosjes op de naakte hals anders dan kleine toefjes aan de onderhals, witte oorlellen, sterk bevederd gezicht, te lange of te laag gedragen vleugels, te sterk gespreide staart.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Naakthalskrielen.

Vergelijkbare rassen