Krielen KRIELEN

Foto door Hühnerbaron (edited), CC BY-SA 4.0

Foto door Hühnerbaron (edited), CC BY-SA 4.0

Foto door krielen.be

Foto door krielen.be

Nederrijnse krielen

Zwerg-Niederrheiner

Duitsland
inventory_2 Brede diepe bouw
egg Goede legster
straighten Vleeskleurige benen
bolt Beweeglijk

De Nederrijnsekriel is een beweeglijk middelzwaar dwerghoen met vrij brede, diepe bouw en middelhoge beenstelling. Omstreeks 1950 in Duitsland ontstaan.

Kenmerken

Beweeglijk middelzwaar dwerghoen: breed, middellang, goed gerond. Middelhoge beenstelling. Rug in een holle lijn oplopend naar het volle zadel.

  • Gewicht: Haan 900-1000 g, hen 800-900 g.
  • Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
  • Kam: Enkel, rechtop, middelgroot, vier tot zes kamtanden, rood.
  • Oorlellen: Klein, vrij smal, enigszins langwerpig, rood.
  • Ogen: Oranjerood.
  • Benen: Middellang, glad, vleeskleurig. Bij de hen licht parelgrijs.

Levendige, handzame scharrelaars die graag rondscharrelen.

Eileg

Nette legsters. Geen dubbeldoelras: type en eieren staan voorop.

  • Productie: Ongeveer 140-180 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Lichtbruin, rond de 40 g.
  • Broedsheid: Weinig tot niet.

Hen vs haan

Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De hen heeft een vrij korte staart en licht parelgrijze beenkleur. De haan toont middellange sikkels en bijsikkels over enigszins gespreide stuurveren, staart in een stompe hoek met de rug.

Klimaat

Winterhard. Ze scharrelen graag en doen het goed met uitloop. Droge, tochtvrije nachtstal blijft welkom.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: koekoekpatrijs, berken en geelkoekoek. Geelkoekoek is een bekende showkleur bij dit ras.

Geschiedenis

Duitsland, omstreeks 1950. Dwergvorm uit de Nederrijn-streek, gehouden als beweeglijke leg- en showkriel.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Middelgroot. Gezicht onbevederd, fijn, levendig rood.
  • Snavel: Stevig, goed gebogen, vleeskleurig (enige hoornkleurige aanslag toegestaan).
  • Hals: Middellang, goed gebogen, halsbehang goed ontwikkeld.
  • Rug en zadel: Rug vrij lang en breed, hol oplopend naar het volle zadel.
  • Borst: Breed en vol, vrij diep, iets naar voren.
  • Vleugels: Goed aangetrokken, gesloten, horizontaal.
  • Schouders: Breed doch niet uitstaand, bedekt door het halsbehang.
  • Staart: Middelgroot, stompe hoek met de rug.
  • Ernstige fouten: Te hoge, te lage of te enge beenstelling, smalle of afhellende rug, smalle of sterk opgetrokken borst, hoog gedragen staart, wit in de oren, geel in snavel of loopbenen.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Nederrijnse krielen.

Vergelijkbare rassen