Krielen KRIELEN

Noord-Hollandse krielen

Noord-Hollandse blauwe

Nederland
inventory_2 Flinke volle kriel
palette Koekoek
straighten Vleeskleurige benen
mood Kalm karakter

De Noord-Hollandse kriel is een flinke, volle kriel met voldoende diepte, lange diepe borst en brede bouw. Alleen in koekoek erkend. Nederland.

Kenmerken

Flinke, volle kriel met voldoende diepte. Romp horizontaal, buik goed ontwikkeld, breed en goed afgerond. Lange, diepe borst.

  • Gewicht: Haan 1000 g, hen 900 g.
  • Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
  • Kam: Enkel, rechtop, liefst vijf kampunten, helderrood.
  • Oorlellen: Middellang, vrij smal, helderrood, zonder enig wit.
  • Ogen: Oranjerood.
  • Benen: Middellang, krachtig, vleeskleurig tot licht grijs. Bij hennen zijn enige donkergekleurde schubben toegestaan.

Kalme, handzame scharrelaars die graag rondscharrelen.

Eileg

Nette legsters. Geen dubbeldoelras: type en bouw staan voorop, ook al stamt het grote ras uit een nutstraditie.

  • Productie: Ongeveer 130-170 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Getint, rond de 40 g.
  • Broedsheid: Kan voorkomen.

Hen vs haan

Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De staartpartij is bij beide seksen vrij kort: geen rijk ontwikkelde sikkels, waardoor de staart wat kort blijft. Staartdekveren vrij kort, goede donspartij.

Klimaat

Winterhard, passend bij een Nederlands landras. Ze scharrelen graag. Droge, tochtvrije nachtstal blijft welkom. Door hun kalme aard en bescheiden vliegdrift volstaat vaak een bescheiden ren.

Kleurslagen

In de KLN-standaard alleen koekoek. Elke veer op donker blauwgrijze grondkleur met licht blauwgrijze bandvorming. In hals- en zadelbehang neigt de tekening naar een omgekeerde V. De 'blauwe' uitstraling komt van die koekoektekening.

Geschiedenis

Nederland. Dwergvorm van de Noord-Hollandse blauwe, gehouden om het volle type en de typische koekoektekening in krielmaat.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Vrij fors en breed. Gezicht vol, fijn, helderrood.
  • Snavel: Middellang, krachtig, goed gebogen, licht hoornkleurig.
  • Hals: Middellang, goed gebogen. Halsbehang matig, maar voldoende om bij rug en schouders aan te sluiten.
  • Rug en zadel: Vrij lang, breed, iets afhellend, kortholle overgang naar de staart. Rijke donspartij.
  • Borst: Breed en diep, goed bevleesd, goed afgerond, naar voren.
  • Vleugels: Goed ontwikkeld en aangesloten.
  • Schouders: Breed en rond.
  • Staart: Vrij korte partij, stevige stuurveren, tamelijk gespreid, fraai aansluitend bij de ruglijn.
  • Ernstige fouten: Te slanke of te plompe bouw, veel wit in de oorlellen, onvoldoende afdekking van de staartpartij, stoppels of veertjes aan de loopbenen, sterke aanslag op benen en tenen.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Noord-Hollandse krielen.

Vergelijkbare rassen