Ohiki
Minohiki-chabo
De Ohiki is een zeldzame, oude echte kriel uit Japan, het kleinste lid van de langstaartrassen. Bekend om de schuifelende gang en slepende zadelveren, is het een culturele schat van Japan.
Kenmerken
De Ohiki kenmerkt zich door een compacte, Chabo-achtige houding met duidelijk verhoogde, ronde stuit, en weelderige slepende bevedering. Hij staat diep op olijfgroene (wilgen)benen; de vleugels hangen laag en raken vaak bijna de grond. Het opvallendste kenmerk zijn de lange, smalle zadel- en sikkelveren die over de grond slepen, en een staart onder ongeveer 30° die eveneens sleept.
- Kam: Middelgrote enkelvoudige kam (4–6 tanden), groot voor het formaat maar minder massief dan bij de Chabo.
- Oorlellen: Wit tot geelachtig wit; tijdens nieuwe veergroei soms groengeel (spiegelen dan de beenkleur).
- Ogen: Oranjerood tot roodbruin.
- Gewicht (KLN): Haan 750–900 g, hen 600–750 g (Japanse standaard noemt ca. 937 / 750 g).
- Ringenmaat: Haan 13 mm, hen 11 mm.
Eileg
Als sterk sierlijk langstaartras is de Ohiki geen productieve legster. Hennen produceren bescheiden aantallen kleine witte tot crème eieren, meestal rond 60–100 per jaar. Ze zijn bekend als goede moeders en worden vaak broeds, essentieel om deze zeldzame populatie in stand te houden.
Hen vs haan
Geslachtsverschillen zijn groot door de haanbevedering. Hanen hebben lange staarten en slepende zadelveren: typisch 60–80 cm (makkelijker te slepen), terwijl Onagadori-achtige lijnen tot 90–150 cm gaan. Niet alle Japanse fokkers steunen die ultralange lijnen. Hennen hebben geen sleeptstaart, wel een volle, ‘artisjok’-achtige staart en een meer horizontale houding.
Klimaat
Volwassen Ohiki’s zijn verrassend winterhard, levendig én tam. Ze verdragen abrupte omgevingswisselingen slecht. Omdat veren over de grond slepen, hebben ze warme, volledig droge huisvesting nodig; vocht is de grootste vijand van het verenkleed. Ook sterk op maïs gebaseerd voer lijkt fysiologisch slecht te vallen.
Kleurslagen
In Japan komen vooral zwartborst rood (roodhalzig), zwartborst zilver (zilverhalzig) en wit voor. In de Belgische/Nederlandse standaard staan onder meer patrijs en zilverpatrijs beschreven (vergelijkbaar met zwartborst rood/zilver).
Geschiedenis
De Ohiki komt uit de prefectuur Kochi (eiland Shikoku) tijdens de Edo-periode (1600–1868), dezelfde streek als de Onagadori. De naam betekent letterlijk ‘staartslepend’ (O = staart, Hiki = slepen). Sommige bronnen noemen ~1850 als ontstaan; dat lijkt eerder op vroege Europese import dan op de werkelijke oorsprong.
In Japan wordt het ras ook Minohiki-chabo genoemd (slepend zadel + kriel): dat verwijst naar het uiterlijk, niet naar verwantschap met Minohiki. Oudere Edo-namen zijn Kogate no Shôkoku en Totenko Bantamu; het is geen verkleinde Shôkoku of Totenko, maar DNA-onderzoek (Universiteit van Kagoshima) toont verwantschap met Onagadori, Totenko en Shôkoku (o.a. snelle veergroei). In 1923 werd het ras aangewezen als cultureel erfgoed van Japan.
Import in de VS volgde vanaf 2002 (Toni-Marie Astin); in Europa selecteerden fokkers zoals Marc King op hanteerbare staartlengte.
Genetica
Anders dan de Chabo draagt de Ohiki niet het lethale kortbenige gen. De korte gestalte volgt andere factoren (intermediaire beenlengte), waardoor fokken geen 25% embryosterfte kent zoals bij veel kortbenige rassen. Chabo’s geven per nest lange én korte benen; Ohiki’s fokken stabieler qua beenlengte. Ze hebben ook genen voor snelle veergroei, typisch voor Japanse langstaartrassen.
Fokkerij
Selecteer hanen met benen lang genoeg om te dekken; extreem kortbenige mannen geven vruchtbaarheidsproblemen. Kuikens zijn bij uitkomst wankel en mogen niet met energieke rassen (zoals vechthoenders) in één broedbak: ze worden makkelijk vertrapt. Selecteer op U-vormige ruglijn, rijke slepende zadelveren en een droge opfok.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Romp: Bijna middellang, breed; bijna horizontale houding (hen nog horizontaler).
- Hals/zadel: Weelderig behang tot op de rug; zadelbehang sleept over de grond.
- Staart: Vol, middelhoog, gespreid; smalle, buigzame stuur- en sikkelveren tot op de grond, één vloeiende massa met het zadel.
- Ernstige fouten: Smalle bouw; te hoge beenstand; hoge of afhangende staart; te korte/onrijke bevedering; veel rood in de oorlellen; te grote of omvallende kam bij de hen.
Bronnen
David Rogers, Toni-Marie Astin (2019). Long Tailed Fowl: Their History and Care.
Wanda Zwart, Marc King, David Rogers. Ohiki - Aviculture Europe. https://www.aviculture-europe.nl/ (Geraadpleegd 2026).
Asian Hardfeather Club (2013). Translated Japanese Standard.
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor hoenders en dwerghoenders. KN.