Orloff krielen
Zwerg-Orloff
De Orloffkriel is een stevig, middelhoog gesteld dwerghoen met vechthoenachtige inslag en goede driedelige baardontwikkeling. Omstreeks 1925 in Duitsland ontstaan.
Kenmerken
Stevig en middelhoog gesteld, met vechthoenachtige inslag. Breed van voren, smaller naar achteren. Opvallend: driedelige baard en overstekende wenkbrauwen.
- Gewicht: Haan 1050-1175 g, hen 900-1000 g.
- Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
- Kam: Walnootvormig, laag geplaatst, vrij klein, levendig rood. Bij de hen nauwelijks ontwikkeld.
- Baard: Sterk ontwikkeld, driedelig, de drie delen zoveel mogelijk aaneengesloten.
- Ogen: Geel tot oranjerood, wat diepliggend.
- Benen: Middellang, krachtig, diepgeel.
Kalme, stevige scharrelaars die graag rondscharrelen.
Eileg
Nette legsters. Geen dubbeldoelras: type, baard en houding staan voorop.
- Productie: Ongeveer 100-140 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Wit tot lichtbruin, rond de 30 g.
- Broedsheid: Weinig tot niet. De hen heeft wel een goed ontwikkelde legbuik.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De hen staat iets minder opgericht, de kam is nauwelijks ontwikkeld. De haan heeft een tamelijk opgerichte staart met vrij smalle, talrijke, fraai gebogen sikkels.
Klimaat
Zeer winterhard. De volle baard en stevige bouw helpen in de kou. Ze scharrelen graag. Droge, tochtvrije nachtstal blijft welkom, vooral voor de baard in nat weer.
Kleurslagen
In de KLN-standaard: roodporselein, zwart witgepareld, wit en koekoek. Roodporselein (getoept) is een bekende showkleur bij dit ras.
Geschiedenis
In Duitsland ontstaan omstreeks 1925 als dwergvorm van het Russische Orloff-hoen. Een show- en sierras, gehouden om baard, kop en stevig type.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Kop: Middelgroot, vrij kort, breed van voren, iets gewelfd. Wangen schuil in de bakkebaarden.
- Snavel: Kort, krachtig, iets gebogen, geel of geel met hoornkleurige aanslag.
- Hals: Lang, rechtop, alleen bovengedeelte iets naar voren. Halsbehang flink van voren, nauwelijks tot aan schouders. Hals vormt een hoek met de rug.
- Rug en zadel: Middellang, breed, vlak, aflopend. Enigszins een hoek met de staart.
- Borst: Breed, vrij diep, iets naar voren.
- Vleugels: Middellang, aangesloten, aan de schouders iets afstaande.
- Schouders: Breed en enigszins uitstaande.
- Dijen: Middellang, gespierd, flink uit de bevedering tredend.
- Ernstige fouten: Smalle bouw, ontbreken van vechthoenachtige inslag, te weinig diepte, te hoge beenstelling, geheel onvoldoende baard, smalle kop.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Orloff krielen.