Sumatrakrielen
Sumatra
De Sumatrakriel is een dwerghoen met zeer gestrekte bouw en fazantachtige houding. Het rijk ontwikkelde zwarte gevederte glanst over het hele lichaam zeer sterk. Meersporigheid bij hanen geniet de voorkeur. Omstreeks 1930 in Nederland ontstaan.
Kenmerken
Zeer gestrekt, goed gespierd, van voren opgericht. Fazantachtige houding. Bevedering zeer vol en overvloedig, glad aanliggend, met sterke glans.
- Gewicht: Haan 900-1000 g, hen 700-800 g.
- Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
- Kam: Drierijig, vrij klein, laag en voorop, donker purperachtig rood.
- Ogen: Zeer donker roodbruin tot bruinzwart.
- Benen: Middellang, fijn, donker olijfgroen tot zwartachtig groen. Voetzolen geelachtig. Soms meersporig.
Actieve, waakzame scharrelaars. Lange staartveren vragen om een schone, droge ruimte.
Eileg
Matige legsters. Geen dubbeldoelras: type, glans en sierbevedering staan voorop.
- Productie: Ongeveer 80-120 eieren per jaar.
- Kleur en gewicht: Wit, rond de 30-35 g.
- Broedsheid: Kan voorkomen.
Hen vs haan
Behalve secundaire geslachtskenmerken weinig verschil. De haan heeft een zeer rijk bevederde, horizontaal gedragen staart. Sikkels lang, slechts in de tweede helft gebogen, tot aan de grond reikend. Meersporigheid geniet de voorkeur. De hen mist dat extreme sikkelwerk, maar toont dezelfde gestrekte, fazantachtige bouw.
Klimaat
Winterhard. Ze scharrelen graag. Droge, tochtvrije nachtstal helpt de lange sierveren schoon te houden. Hoge zitstokken en voldoende ruimte beschermen de staart.
Kleurslagen
In de KLN-standaard: zwart. Het zwarte gevederte moet over het hele lichaam zeer sterk glanzen. Onvoldoende glans is een ernstige fout. Gezicht, kam en oorlellen donker purperachtig rood.
Geschiedenis
Omstreeks 1930 in Nederland ontstaan als dwergvorm van het Sumatraanse hoen. Een show- en sierras, gehouden om gestrekt type, glans en rijke staartbevedering.
Vorm
Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.
- Kop: Kort en breed, enigszins geronde bovenkop. Gezicht zwartachtig donker purperrood met fijne zwarte veertjes.
- Snavel: Stevig, kort, enigszins gebogen, donker olijfgroen of zwartachtig hoornkleurig.
- Hals: Ruim middellang. Halsbehang zeer rijk, omsluit de hals geheel en bedekt schouders en bovenrug.
- Rug en zadel: Middellang tot vrij lang, breed tussen de schouders. Zadelbehang zeer lang en afhangend.
- Borst: Breed, vol en gerond, hoog gedragen.
- Vleugels: Krachtig, lang en groot, goed aangesloten.
- Schouders: Breed, enigszins hoog.
- Staart: Zeer rijk, horizontaal. Stuurveren breed en lang, weinig gebogen, enigszins gespreid.
- Ernstige fouten: Onvoldoende siergevederte bij de haan, onvoldoende glans, onvoldoende purperkleur aan de kop.
Bronnen
Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Sumatrakrielen.