Krielen KRIELEN

Foto door Sulmtaler, digitally edited, CC BY-SA 3.0

Sulmtaler krielen

Zwerg-Sulmtaler

Duitsland
rectangle Gestrekt diep type
format_color_fill Tarwekleur
conditions Nekkuifje
egg Goede legster

De Sulmtalerkriel is een middelgroot, vrij diep en enigszins gestrekt dwerghoen met nauwelijks middelhoge stelling en een nekkuifje. Levendig van aard. Duitsland, erkend in 1961.

Kenmerken

Vrij diep, gestrekt, goed gerond. Romp helt iets naar achteren af. Nauwelijks middelhoog gesteld, met een klein nekkuifje.

  • Gewicht: Haan 1100-1200 g, hen 900-1000 g.
  • Ringenmaat: Haan 15 mm, hen 13 mm.
  • Kam: Enkel, nauwelijks middelgroot, rechtop. Bij de hen een wikkelkam: dubbele vouw in het kamfront.
  • Oorlellen: Nauwelijks middelgroot, wit (enig rood toegestaan).
  • Ogen: Oranjerood.
  • Benen: Naar verhouding vrij kort, vleeskleurig wit tot rose-wit.

Vriendelijke, levendige scharrelaars die graag rondscharrelen.

Eileg

Nette legsters. Geen dubbeldoelras: type, kuifje en kleur staan voorop.

  • Productie: Ongeveer 130-170 eieren per jaar.
  • Kleur en gewicht: Crème tot licht getint, rond de 35 g.
  • Broedsheid: Kan voorkomen.

Hen vs haan

De hen heeft een grotere, vollere, halfronde nekkuif dan de haan, plus de typische wikkelkam. Haar middellange staart is middelhoog, enigszins gespreid en iets meer open dan bij landhoenders. De haan heeft sikkels die net voorbij het einde van de stuurveren reiken, met goed ontwikkelde bijsikkels.

Klimaat

Winterhard. Ze scharrelen graag en doen het goed met uitloop. Droge, tochtvrije nachtstal blijft welkom.

Kleurslagen

In de KLN-standaard: tarwe en blauwtarwe. Tarwe is de klassieke slag bij dit ras.

Geschiedenis

Duitsland, erkend in 1961. Dwergvorm van het Oostenrijkse Sulmtaler-hoen, gehouden om type, nekkuifje en tarwekleur.

Vorm

Detailbeschrijving als aanvulling op de kenmerken hierboven.

  • Kop: Middelgroot met klein nekkuifje. Gezicht levendig rood.
  • Snavel: Kort en stevig, vleeskleurig wit tot licht hoornkleurig.
  • Hals: Middellang, halsbehang goed ontwikkeld.
  • Rug: Vrij lang en breed, vrijwel horizontaal.
  • Zadel: Breed zonder kussenvorming, zadelbehang goed ontwikkeld.
  • Borst: Breed en diep.
  • Vleugels: Middellang, aangesloten, vrijwel horizontaal.
  • Schouders: Vrij breed.
  • Staart: Middellang, middelhoog.
  • Ernstige fouten: Te smalle bouw, te hoog of te laag gesteld, te hoge of te lage staartdracht, ontbreken van de nekkuif, afwijkende beenkleur.

Bronnen

Kleindierliefhebbers Nederland (2026). Standaard voor Hoenders en Dwerghoenders - Sulmtaler krielen.

Vergelijkbare rassen